Het is 2020 als Amy zwanger blijkt van een tweeling. Twee jongetjes. Alles gaat goed, tot de 20ste week van haar zwangerschap. “Bij de echo bleek één van de jongetjes overleden. Het klinkt stom, maar we hadden zoiets van: we hebben er nog één over, dus laten we ons daarop focussen. Natuurlijk heb je wel verdriet, maar je moet ook door. Ook voor de andere kinderen, een zoon van destijds 4 en een dochter van toen 2.”
Maar vier weken later is het opnieuw mis: ook de andere baby overlijdt. “Ik voelde hem niet meer bewegen. Mijn toenmalige partner zei nog: baby’s moeten ook weleens slapen. Maar het voelde niet oké. Ik kreeg een spoedecho en daaruit bleek dat ook deze baby niet meer leefde.”
Alleen tijdens de bevalling
Omdat het coronatijd is, mag haar partner niet mee naar de echo. “Dat voelt heel eenzaam. Na de slechte uitslag moest ik naar buiten om hem te vertellen dat ook deze baby, die we Kayden hebben genoemd, er niet meer was. En vervolgens was er door de coronagolf nergens plek in een ziekenhuis. Dus op vrijdag hoorden we het nieuws, op woensdag ben ik pas bevallen van Kayden en zijn broertje. Hem hebben we Kean genoemd, hoewel hij te vroeg is overleden om een officiële naam te krijgen.” Ook tijdens de bevalling is ze helemaal alleen, vanwege de coronamaatregelen.
© Josephine Drehmanns
Na de bevalling kiest Amy ervoor om de baby’s niet te zien. “Kean had natuurlijk al vier weken dood in mijn buik gezeten. Dan begint je lichaam het kindje op te ruimen. Waarschijnlijk was er weinig meer van hem over na de bevalling.”
“Ze vroegen in het ziekenhuis wel of ik Kayden wilde zien. Ik heb nee gezegd. Ik had gegoogeld naar baby’s die waren overleden bij 24 weken en had gruwelijke plaatjes gezien. Dat was niet hoe ik me Kayden wilde herinneren.”
In de dagen tussen het overlijden van Kayden en de bevalling begint Amy zijn uitvaart voor te bereiden. “Ik ging echt in de regelstand”, blikt ze terug. “Op zondag kwam de uitvaartondernemer langs, terwijl ik nog zwanger was van allebei de baby’s. Dat is gek, en tegelijkertijd gaf het mij de kans om alles rustig te overdenken. Elke avond was ik tot vier uur in de nacht bezig met uitzoeken wat er mogelijk was.”
‘Keuze’ uit één kistje
Wat haar opvalt: er zijn heel weinig mogelijkheden voor overleden baby’s. “Er was één kistje waar we uit konden ‘kiezen’: een witte van hout. De uitvaartondernemer wilde hem in een zwarte statieauto vervoeren, zoals ze ook doen bij mensen van in de 80. En de bloemstukken die werden aangeboden, waren allemaal veel te groot voor dat kleine kistje. Ik wilde iets wat bij ons paste, bij Kayden, maar dat bleek niet zomaar gevonden.”
Uiteindelijk bedenkt ze alles zelf, en geeft ze vervolgens opdracht aan de uitvaartondernemer om dat te regelen. “De bekleding van het kistje bijvoorbeeld. Ik wilde niet iets standaard wits, maar iets wat paste bij Kayden. Uiteindelijk vond ik een vrouw die dat wel wilde maken. Wit met regenboogjes werd het. Ze maakte van dezelfde stof een jurkje en trui voor de andere kinderen.”
Vlindertjes, sterretjes, een naamslinger
Verder komen er kaarsen met Kaydens naam erop. Vlindertjes. Een naamslinger. “En ik wilde niet dat hij in het donker zou liggen als het kistje dichtging, dus regelde ik sterretjes voor de binnenkant. Ik vond het heel fijn om dat te kunnen doen, het is wat je normaal zou doen voor een babykamer.”
Wat ook geregeld moet worden: wie mogen er op de uitvaart komen? “Door corona mochten dat maximaal 30 mensen zijn. Als je de uitvaartondernemer, fotograaf en ons gezin daarvan aftrekt, dan heb je er nog 24 over. Dat vond ik heel pijnlijk, je moet dan echt gaan zeggen: jij mag komen, maar je partner niet. En de dag daarna zaten ze 10 kilometer verderop met 300 man in een kerk voor een gewone dienst, want dat mocht wel.”
© Josephine Drehmanns
Waaraan Kayden en zijn broertje zijn overleden, weet Amy niet. “Ze boden in het ziekenhuis aan om dat te onderzoeken, maar ik wilde niet dat ze in mijn kindjes zouden snijden. En ik wilde toch niet meer zwanger worden, dus wat had het voor zin?”
Maar haar relatie gaat uit, ze krijgt een nieuwe partner, en wordt weer zwanger. Weer een tweeling. Weer eeneiig. Weer twee jongetjes. “Dat was geen zorgeloze zwangerschap”, blikt ze terug. “Je bent je heel bewust van elk beweginkje of juist het ontbreken ervan.” Maar tot 31 weken gaat het goed, dan bevalt ze op 28 november 2022 van Keave en Keaden.
“Ze waren jong, moesten nog even in het ziekenhuis blijven, maar het ging supergoed met ze. Na een week mochten we ze al meenemen naar huis. Op de avond van 5 december verrasten we de oudsten met twee Maxi-Cosi’s met baby’s. Ze wisten natuurlijk dat ze twee broertjes hadden, maar dat ze zo snel thuiskwamen hadden ze niet verwacht.”
Keave en Keaden
De week daarna is het ‘een week vol vrolijke dagen’. Keave en Keaden doen het goed. Tot 11 december. Amy wordt om 9.14 uur wakker, ze heeft door de kolfwekker heen geslapen. En ook de baby’s zijn nog stil. “Normaal pakte ik dan degene die het meest onrustig was voor de fles, maar ze waren allebei rustig. Dus ik pakte de eerste baby die ik tegenkwam. Keave. Ergens wist ik het al meteen: dit is niet goed.”
“Ik heb nog een hartslag gezocht, en gevoeld, maar achteraf bleek dat mijn eigen hartslag. Ik heb mijn vinger in zijn mondje gestoken, daar reageerde hij niet op. Mijn bovenbuurman was verpleegkundige geweest, dus die heb ik gebeld. Hij was er binnen een minuut en begon meteen met reanimeren.”
“De buurman liet mij 112 bellen. Het enige wat ik kon zeggen, was: ‘Hij doet het niet meer! Hij doet het niet meer! Hij doet het niet meer!’ Hij riep het woord ‘kinderreanimatie’, waarna ze een traumahelikopter stuurden.”
“De ambulancebroeder bleef maar in mijn oor fluisteren: ‘Het ligt niet aan jou, je bent een goede moeder, voel je niet schuldig.'”
De situatie is zo onwerkelijk, dat Amy zichzelf gaat aankleden, de kamer opruimt, haar andere kinderen aankleedt. Tot de hulpdiensten er zijn. “Achteraf voel ik me daar schuldig over. Waarom doe je zulke stomme dingen? Uiteindelijk ben ik bij hem gaan zitten, heb ik zijn handje en voetje vastgehouden terwijl ze met hem bezig waren. Mijn man was in de tussentijd bij de oudere kinderen, om hen rustig te houden.”
Alles wat er gebeurt, gaat volledig langs Amy heen. “Ik heb nog geroepen dat Keaden een flesje moest, want daar was ik natuurlijk mee bezig toen ik Keave uit bed haalde.”
Natuurlijke of niet-natuurlijke dood
Tot ze iemand van de traumahelikopter hoort zeggen dat ze het nog 20 minuten zullen proberen en dan stoppen. “De man van de ambulance die naast mij zat, vroeg of ik wist wat dat betekende. Toen stortte ik in. Hij was ontzettend lief, heeft me vastgepakt alsof hij mijn vader was, terwijl ik hem helemaal niet kende. En hij bleef maar in mijn oor fluisteren: ‘Het ligt niet aan jou, je bent een goede moeder, voel je niet schuldig.’ Dat was ontzettend fijn.”
Als alle hulpverleners zijn vertrokken en de oudste kinderen door familie zijn opgevangen, komt de schouwarts. “Die komt dan kijken of het een natuurlijke of niet-natuurlijke dood is. Mijn man wilde er niet bij zijn, dus hij zat in de woonkamer terwijl ik met Keave in de slaapkamer was. Ik herinner me niets van hoe die vrouw eruitzag, alleen haar knalrode jas. Ook zij was heel prettig. Ze hield me steeds bij de les, want ik zakte steeds een beetje weg.”
Hem zelf uitkleden
“Zij legde uit wat ze ging doen, en vroeg of ik erbij wilde zijn, wat ik zelf wilde doen. Zoals hem uitkleden. Ze moest hem natuurlijk helemaal nalopen. Ik ben blij dat ik dat heb mogen doen. Ik mocht ook kiezen waar hij lag toen ze hem naliep. Ze vertelde dat ze zijn ogen controleerde en waarom ze dat deed.”
“Daarna kwam de recherche en ook die was heel prettig. Ze vroegen bijvoorbeeld of ik het oké vond dat ze foto’s van Keave maakten. Ze hadden dat natuurlijk hoe dan ook gedaan, maar het voelde goed dat ze mij er zo bij betrokken. Al snel zeiden ze: we kunnen geen sporen van mishandeling vinden.”
© Josephine Drehmanns
Terwijl Amy Keave weer in haar armen krijgt en de woonkamer in loopt, komt de vraag of ze een autopsie willen. “Ik zei gelijk nee, ik wilde niet dat er in mijn mooie mannetje gesneden werd. Maar mijn partner zei: ‘We hebben er nog eentje, met hetzelfde DNA. Ik wil niet dat we hem morgen dood in zijn bedje vinden omdat ze allebei een hartaandoening blijken te hebben.’ Daar had hij natuurlijk ook gelijk in.”
De schouwarts, ‘een ontzettend lieve vrouw’, biedt nog aan om Keaden na te kijken. Ze kan niets vinden. “Toch heeft ze zijn leven gered. Want die middag gingen we naar het mortuarium in het UMC in Utrecht. Ik wilde Keaden bij de oppas laten, maar zij zei dat we hem moesten meenemen. Waarom weet ik nog steeds niet, maar ze drong erop aan. Dat is zijn redding geweest.”
“In het mortuarium stopte ook Keaden met ademen. Ze hebben hem toen meteen via de ondergrondse gangen naar het Wilhelmina Kinderziekenhuis gebracht. Hij werd aan de beademing gelegd en 12 uur waren ze bezig om hem te stabiliseren. Als we hem thuis hadden gelaten, dan hadden we hem in zijn bedje gelegd en was het net als bij Keave misgegaan.”
RS-virus
Achteraf blijkt het RS-virus de doodsoorzaak van Keave, en de reden dat Keaden zo ziek wordt. “Dat hebben ze opgelopen toen ze nog in het ziekenhuis lagen, dat kan niet anders. Maar hij had geen symptomen, net als Keaden. Geen koorts, gewone luiers. Keave liet altijd een klein laagje staan in zijn flesje, zelfs die nacht om 4.00 uur nog.”
“Ze waren wel rustig, daar heb ik nog wat van gezegd. Maar ik werd uitgelachen: ‘Geniet er maar van’, zeiden ze. ‘Je krijgt het nog moeilijk genoeg met twee jongens.’ De verloskundige zag niets geks, in het ziekenhuis hadden ze niets gezien.”
“Het eerste jaar kon ik helemaal niets. Ik kon net brood smeren voor mijn andere kinderen, maar dat was het. Ik ben heel depressief geweest.”
Terwijl Keaden in het ziekenhuis ligt, moet Amy opnieuw een uitvaart regelen. Nu voor Keave. “We vroegen de uitvaartonderneming om een uitvaartverzorger die gespecialiseerd was in kinderuitvaarten. Maar die was er niet. We kregen een vrouw die zelfs nog nooit de uitvaart van een jongere had gedaan.”
“Niets tegen haar hoor, de arme vrouw heeft het ook niet expres gedaan. Maar ze kwam daar in het ziekenhuis in de noodkamer waar we voor Keaden waren, met ouders die totaal niets waard waren. En het begon al met dat ze voorstelde om Keave een kwartier rijden verderop op te baren. Dat kon niet, dan moesten we kiezen tussen Keaden zien of Keave zien. Uiteindelijk heeft de kinderarts van Keaden ervoor gezorgd dat Keave in dezelfde kamer kon worden opgebaard als waar Keaden lag.”
“Ja, die man heeft een hoop gedaan, terwijl hij ook nog zijn gewone werk had. Alles en iedereen heeft hij gebeld om te zorgen dat de jongens bij elkaar konden blijven.”
Opgebaard op Keadens schapenvachtje
“Keave is uiteindelijk opgebaard op het schapenvachtje uit Keadens Maxi-Cosi, dat was het enige wat we hadden. Maar verder is er veel zonder overleg gegaan. De kaart, daar mochten we een foto voor aanleveren, maar ik heb geen idee waarom ze aan de binnenkant blauwe sterren hebben gezet. Of het tekstje dat op de kaart staat, dat hebben wij niet uitgezocht. En ook de begraafplaats, in Ermelo, hebben we niet zelf kunnen kiezen.”
“We hebben zelfs nog ruzie gehad over het kistje, want daar paste naast Keave geen knuffeltje in. Het was de enige optie die ze hadden.”
© Josephine Drehmanns
Keaden knapt gelukkig op, maar Amy heeft tijd nodig om de klap te verwerken. “Het eerste jaar kon ik helemaal niets. Ik kon net brood smeren voor mijn andere kinderen, maar dat was het. Ik ben heel depressief geweest.”
“Na een jaar kreeg ik een boek cadeau waarin ouders vertellen over hun kind dat overleden is aan een bacterie of virus, net als Keave. Het was heel fijn om herkenbare verhalen te lezen van andere ouders. En achter in het boek stond een interview met een uitvaartondernemer. Ik dacht: o ja, dat kan natuurlijk ook. Het begon een beetje te kriebelen.”
Voor het eerst weer even gelukkig
“Ik heb een dochter die zorgintensief is, een zoon die vanwege zijn hoogbegaafdheid niet naar school gaat. En dan Keaden, die toen 1 jaar oud was. Dus die optie schoof ik al snel aan de kant. Maar drie maanden later voelde ik het nog steeds. Een dagje meelopen kan geen kwaad, dacht ik. ik reed vanuit Ermelo naar Arnhem, liep een dag mee. En op de terugweg in de auto was ik voor het eerst sinds de dood van Keave weer even gelukkig.”
“Waarom? Omdat ik voelde dat ik het verschil kon maken. Ik had meteen bedacht dat ik het meteen alleen voor kinderen wilde doen, om andere ouders een betere ervaring te geven dan wij zelf, net als heel veel ouders, hadden gehad. Ik wilde dat er geen ouders meer bijkwamen die over de uitvaart van hun kind zouden zeggen: had ik maar…”
Specialisatie in kinderuitvaarten
Amy volgt de opleiding tot uitvaartverzorger en specialiseert zich door zelfstudie in kinderuitvaarten. “Die studie hielp me ook met mijn eigen rouwverwerking, omdat ik steeds dingen tegenkwam waarvan ik dacht: als ik dit had geweten, dan had ik het voor Keave anders gedaan. Zo bleken er veel meer opties te zijn voor het kistje, voor de bloemen, andere uitvaartcentra. We wisten dat toen alleen niet.”
© Josephine Drehmanns
Doordat haar man met vroegpensioen gaat, kan ze Een Vlinder uitvaart beginnen, hun eigen kinderuitvaartbedrijf. “Een kinderuitvaart is zo anders dan die van een opa of oma. Wij bieden bijvoorbeeld aan om kinderen te balsemen, dan kun je nog met ze knuffelen tot de uitvaart. Bij opbaren kan dat niet. En we hebben mandjes in plaats van kistjes, een witte bus met vlinders erop in plaats van een zwarte statieauto. We leren ouders hoe ze zelf hun overleden kind kunnen verzorgen als ze dat willen.”
Veel uit eigen ervaring
Veel komt uit hun eigen ervaring met Kayden en Keave, maar ook uit ervaringen van andere ouders. En van Amy’s oudste zoon. “Afgelopen jaar zei hij ineens: ‘Jullie zijn mij vergeten toen Keave overleed.’ Ik vroeg wat hij bedoelde. Hij zei: ‘Ik heb niets van hen, geen foto’s, geen voetafdruk.”
“We zijn in gesprek gegaan over wat hij graag had gehad, en dat is de ‘ik rouw van jou’-kist. Die krijgt iedere broer en ieder zusje nu van ons. Er zit een fotolijstje in, een setje om een vingerafdruk te maken, een kaarsje. Maar ook een dekentje om zich onder te verstoppen en een boek om herinneringen in op te schrijven. En voor jongere kinderen een kleurboek.”
Broertjes, zusjes, opa’s en oma’s
“We hebben er ook van geleerd om ook andere familieleden te betrekken bij de uitvaart. Zelf hebben we daar destijds niet over nagedacht, het moest gewoon geregeld worden. Maar er zijn soms ook broertjes en zusjes, of opa’s en oma’s die niet alleen worstelen met hun eigen verdriet, maar ook met dat van hun kind. En terwijl ik weet hoe moeders zich voelen, weet mijn partner hoe het voor vaders is als een kindje overlijdt. Al die ervaring bundelen we.”
Of de uitvaarten Amy niet te veel raken, na haar eigen ervaring? “Nee, dat denk ik niet. Natuurlijk moet ik het altijd even verwerken. Als er geen kindje in mijn bus ligt, doe ik dat door de muziek hard te zetten en mee te zingen. En ik bel mijn man vaak onderweg naar huis om mijn verhaal kwijt te kunnen. Als ik dan thuis kom en er vliegen drie blije kinderen om mijn nek omdat ik weer thuis ben, dan kan ik daarvan genieten.”
Zondaginterview
Elke zondag publiceren we een interview in tekst en foto’s van iemand die iets bijzonders doet of heeft meegemaakt. Dat kan een ingrijpende gebeurtenis zijn waar diegene bewonderenswaardig mee omgaat. De zondaginterviews hebben gemeen dat het verhaal van grote invloed is op het leven van de geïnterviewde.
Ben of ken jij iemand die geschikt zou zijn voor een zondaginterview? Laat het ons weten via dit mailadres: zondaginterview@rtl.nl
Lees hier de eerdere zondaginterviews.