Licht doet veel meer dan je misschien denkt: het beïnvloedt je reactiesnelheid, concentratie, humeur en biologische klok.

Om te laten zien hoe groot die invloed is, loopt onderzoeker Karin Smolders van de TU/Eindhoven een dag mee met de redactie van de Universiteit van Nederland. Zij onderzoekt hoe licht onze gezondheid en prestaties beïnvloedt en deelt acht praktische, wetenschappelijk onderbouwde tips om je verlichting thuis en op het werk te optimaliseren. Zo ben je overdag fitter en alerter, slaap je ’s avonds beter én kom je de donkere winterdagen beter door.

Onder de video gaat Karin dieper in op enkele opmerkingen en vragen van YouTube.

Scientias: Onder de video stonden veel interessante vragen, waren er enkele die opvielen?

Karin Smolders: “Er kwamen een paar interessante aanknopingspunten uit de vragen en feedback van kijkers. In de aflevering focussen we specifiek op de impact van licht op ons dagelijks functioneren via regulatie van de biologische klok. We zoomen daarbij vooral in op daglicht en de golflengtes in het zichtbare deel van het spectrum. Dat betekent niet dat infrarood en UV geen belangrijke rol spelen voor gezondheid. Mijn onderzoek richt zich vooral op golflengtes in het zichtbare gedeelte van het spectrum, maar literatuur onderstreept wel het belang van bijvoorbeeld infrarood en krijgt ook steeds meer aandacht.”

Er was ook een vraag over neurodivergentie. Speelt dat mee?

“Dat is een onderwerp dat nog weinig wordt meegenomen in onderzoek naar gezondheid en vitaliteit en de invloed van licht. Licht grijpt in op allerlei processen. Het kan dus zijn dat niveaus die goed zijn voor bepaalde processen, zoals de regulatie van de biologische klok, soms suboptimaal zijn voor andere processen. Ook zijn er verschillen tussen personen in de gevoeligheid en voorkeuren voor licht. Meer onderzoek is nodig om beter inzicht te krijgen in de impact van licht op alertheid en vitaliteit bij  mensen met bepaalde kwetsbaarheden en kwaliteiten. Daar weten we nog te weinig van.”

Zijn er richtlijnen voor hoeveel licht je nodig hebt? 

“Er zijn wel richtlijnen, maar de exacte niveaus weten we niet precies. Het verschilt ook per persoon. Een expertpanel heeft aanbevelingen opgesteld voor minimale lichtniveaus overdag en maximale niveaus in de avond en nacht. Deze bespreken we ook in de video. Het gaat om een eerste richtlijn. Dat komt mede doordat veel studies in gecontroleerde laboratoriumomgevingen zijn gedaan en minder in de dagelijkse routine van mensen of met grote aantallen deelnemers.”

Veel mensen dragen filterbrillen. Helpt dat, of kan het juist averechts werken?

“Dat is lastig in het algemeen te zeggen. Je moet weten welk filter is toegepast, hoe sterk het filter is en of je binnen of buiten bent. Het hangt dus sterk af van het type filter. De vraag was of het lichtniveau overdag zó veel kan dalen dat het averechts werkt. Dat kan in theorie, maar dan ligt het echt aan de gebruikte filters en of je binnen of buiten bent.”

“Er zijn studies die hebben gekeken naar oranje brillen in de avond met als doel blauw licht te filteren en zo mogelijk voor een betere nachtrust te zorgen. De resultaten zijn wisselend. Sommige studies laten een positief effect zien en andere vinden geen significante verschillen. Over het gebruik van filterbrillen overdag is weinig onderzoek gedaan.”

Waarom is het zo lastig om harde conclusies te trekken? 

“Omdat veel onderzoek in een lab gebeurt met sterk gecontroleerde condities. In het dagelijks leven is onze context natuurlijk anders, en meer dynamisch. In onze studies doen we veel veldonderzoek, maar je kunt nooit alle variabelen meenemen. Studies in het lab en de dagelijkse routine zijn dus mooi aanvullend, en kunnen verschillende onderzoeksvragen beantwoorden. Meer data zijn nodig om vragen rondom de exacte niveaus voor de juiste persoon op het juiste moment te bepalen en bijvoorbeeld de rol van neurodivergentie of filterbrillen vast te stellen. Hier wordt aan gewerkt door verschillende onderzoeksteams waaronder ons eigen team.”

En leeftijd, maakt dat verschil?

“Er zijn studies gedaan naar lichtgevoeligheid in relatie tot leeftijd. Door vergeling van de ooglens wordt de inval van blauw licht minder en die vergeling neemt toe naarmate we ouder worden. Dat proces begint doorgaans ergens tussen je 40ste en 50ste. Tegelijk is er nog relatief weinig onderzoek naar wat dat in de praktijk betekent voor de effecten van licht op alertheid, stemming en slaap.”

Hoe zit het dan bij mensen met een kunstlens, bijvoorbeeld na een staaroperatie?

“Dat is heel interessant, maar daar is ook nog maar weinig onderzoek naar gedaan: wat zo’n nieuwe lens precies doet met lichtinval en effecten op bijvoorbeeld slaap en ritme. Echter wordt er dan doorgaans wel minder blauw licht gefilterd door onze lens.”

Dan de telefoon en beeldschermen. Hoe groot is de invloed van het licht daarvan?

“Als je puur naar de metingen kijkt, is de lichtintensiteit van een scherm meestal minimaal. Wat vaak zwaarder weegt, is de activiteit zelf: de cognitieve inspanning in de avond. Veel aspecten van leefstijl beïnvloeden slaap. In het kader van licht gaat om het hele 24-uurs patroon: voldoende licht overdag en donker in de avond en nacht.”

Lees ook: Waarom blauw licht van je smartphone niet slecht is voor het slapen gaan

Veel mensen hebben last van een winterdip waar het ook in de video over gaat. Krijg je genoeg licht als je buiten bent?

“Dat is inderdaad interessant. We weten nog niet precies hoe lang je in de winter buiten moet zijn voor een optimale blootstelling. We weten wél dat het beter is om overdag naar buiten te gaan dan binnen te blijven, zelfs als je bij een raam zit.”

“De lichtniveaus die we overdag buiten ervaren zijn beduidend hoger dan binnen. En dan kom je ook weer bij het punt dat daglicht niet alleen zichtbaar licht is, maar ook infrarood en UV bevat. Dat beïnvloedt gezondheid ook, maar daar kan ik zelf niet direct uitspraken over doen omdat dat niet mijn onderzoeksgebied is.”

Je specialiseert je dus in één stuk van het geheel.

“Precies. Als wetenschapper zoom je doorgaans sterk in op een deel. In mijn onderzoek doe ik dit wel door inzichten en methodieken uit verschillende combineren, bijvoorbeeld chronobiologie, psychologie en data science.”

Tot slot: wat vind je van het constant monitoren van slaap en gezondheid met wearables?

“Dat kan positief zijn en het kan helpen om verstoringen van slaap te ontdekken. Tegelijk is ook aangetoond dat het extra zorgen kan geven, juist over ‘slechte’ slaap. De nauwkeurigheid van de data is bovendien vaak beperkt. Het kan dus ook leiden tot verslechtering van slaap. Het verschilt sterk per persoon hoe iemand ermee omgaat.”

“Voor onderzoekers is het monitoren op de lange termijn heel interessant. Daarmee kunnen we patronen in bijvoorbeeld licht, stemming, en slaap over tijd in kaart brengen, en bijvoorbeeld inzoomen op verschillen tussen seizoenen of werk- en weekenddagen. Belangrijk hierbij is uiteraard dat de data accuraat en betrouwbaar is.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!