CARACAS – Hoewel Venezuela geografisch gezien een directe buur is van het Koninkrijk der Nederlanden, wordt die nabijheid in politiek en diplomatiek opzicht zelden zo ervaren. De gebeurtenissen begin deze maand, waarbij de Verenigde Staten militair ingrepen in Venezuela en president Nicolás Maduro werd aangehouden, brengen die sluimerende relatie opnieuw scherp in beeld. Niet alleen voor Den Haag, maar vooral voor Aruba, Bonaire en Curaçao.

De moeizame verhouding tussen Nederland en Venezuela kent diepe historische wortels. Al rond 1900 leidde het nationalistische beleid van president Cipriano Castro tot spanningen, met Curaçao als terugkerend twistpunt. Het eiland fungeerde toen als handels- en smokkelknooppunt en werd door Venezolaanse rebellen gebruikt als uitvalsbasis.

Voor Venezuela was dat aanleiding om Nederland openlijk te beschuldigen van vijandigheid, wat uiteindelijk leidde tot maritieme confrontaties en diplomatieke breuken. Die geschiedenis laat zien hoe snel regionale nabijheid kan omslaan in politieke frictie.

Herkenbaar patroon

Ook in de twintigste en eenentwintigste eeuw bleef het patroon herkenbaar. Onder Hugo Chávez verslechterde de relatie opnieuw, ditmaal door uitgesproken antiwesterse retoriek en het in twijfel trekken van de rol van Nederland in het Caribisch gebied. Curaçao en Aruba werden door Caracas geregeld neergezet als potentiële uitvalsbases voor buitenlandse inmenging, terwijl Den Haag juist bleef hameren op stabiliteit en internationale rechtsorde.

De huidige crisis past in dat langere historische kader. De Amerikaanse actie tegen het regime in Caracas heeft de machtsverhoudingen in één klap veranderd en zet de regio onder druk. Voor Nederland is de positie ongemakkelijk: formeel is het geen partij in de militaire operatie, maar als bondgenoot van de Verenigde Staten en als koninkrijk met eilanden op zichtafstand van Venezuela kan Den Haag zich niet afzijdig houden. Oproepen tot terughoudendheid en diplomatiek overleg onderstrepen die balans tussen bondgenootschap en regionale verantwoordelijkheid.

Concreter

Voor de Caribische delen van het Koninkrijk zijn de gevolgen concreter. De eilanden hebben al jaren te maken met migratiestromen uit Venezuela, economische verwevenheid en veiligheidsvraagstukken. Een nieuwe fase van instabiliteit kan die druk verder vergroten, zowel sociaal als bestuurlijk.

Tegelijkertijd leert de geschiedenis dat harde interventies in Venezuela zelden leiden tot snelle rust. Machtsovernames, zoals begin twintigste eeuw na Nederlands maritiem optreden, brachten weliswaar regimewissels, maar geen structurele stabiliteit.

De recente gebeurtenissen maken duidelijk dat Venezuela geen verre crisis is, maar een directe factor in de veiligheid en het bestuur van het Caribisch gebied. Juist daarom krijgt de oude, vaak vergeten geschiedenis opnieuw betekenis.

Zij laat zien dat de relatie tussen Venezuela en Nederland al meer dan een eeuw wordt gekenmerkt door wantrouwen, machtspolitiek en wederzijdse gevoeligheden – en dat elke nieuwe escalatie onvermijdelijk ook het Koninkrijk raakt.