In kampen in het zuiden van Bangladesh, waar meer dan een miljoen Rohingya-vluchtelingen uit Myanmar verblijven onder erbarmelijke omstandigheden, zullen vanaf maandag veler ogen zijn gericht op het Haagse Vredespaleis. Daar zal het militaire bewind van Myanmar zich de komende weken voor het Internationaal Gerechtshof moeten verdedigen tegen de beschuldiging dat het genocide pleegt op de Rohingya, een al decennia vervolgde, overwegend islamitische minderheid in het land.
„In de kampen worden grote schermen gezet waarop vluchtelingen de zittingen via een online-verbinding kunnen volgen”, vertelt Tun Khin telefonisch vanuit Cox’s Bazar in Bangladesh. Hij is woordvoerder van BROUK, een in Londen gevestigde hulporganisatie voor Rohingya. „Velen, ook familieleden van mij, hebben gezien hoe Rohingya voor hun ogen werden afgeslacht en vrouwen werden verkracht door militairen van het leger van Myanmar. Al in 2017, toen ze hier aankwamen, vertelden ze me: wij willen gerechtigheid. We hopen dat dit nu binnen enkele maanden echt gaat gebeuren.”
Niet alleen de Rohingya zullen de hoorzittingen, die tot 29 januari voortduren, nauwlettend beluisteren. Ook elders in de wereld zullen de ontwikkelingen in Den Haag op de voet worden gevolgd, zeker door juristen, omdat die inzicht kunnen geven in de afloop van een nog geruchtmakender zaak bij het Internationaal Gerechtshof: de beschuldiging van Zuid-Afrika dat Israël het verdrag tegen genocide van 1948 zou hebben geschonden in de Gaza-oorlog.

Luchtfoto van een vluchtelingenkamp waar meer dan een miljoen Rohingya uit Myanmar wonen.
foto Mahmud Hossain Opu/ASSOCIATED PRESS
Zoom in
Doden, verkrachtingen en vluchtelingen
De zaak tegen Myanmar is aangespannen door de kleine Afrikaanse staat Gambia, dat een overwegend islamitische bevolking heeft. Gesteund door de Organisatie van Islamitische Landen beschuldigt Gambia de regering van Myanmar ervan in 2017 een militaire campagne met genocidaal geweld tegen de Rohingya te hebben ontketend. Vooral in de deelstaat Rakhine in het westen van het land werden destijds veel dorpen platgebrand, mannen doodgeschoten en vrouwen verkracht. De meedogenloze repressie leidde tot een uittocht van honderdduizenden Rohingya naar buurland Bangladesh.
Een van de instanties die namens de Mensenrechtenraad van de VN de misdragingen van het leger van Myanmar uitgebreid in kaart bracht is het zogeheten Onafhankelijk Onderzoeksmechanisme voor Myanmar (IIMM). Deze organisatie heeft veel materiaal aangeleverd voor de rechtszaak in Den Haag. Nicholas Koumjian, het hoofd van IIMM, vertelt via Zoom vanuit Genève hoe zijn organisatie bijvoorbeeld duizenden Facebook-boodschappen analyseerde van accounts die in 2018 door Facebook werden geschrapt omdat ze aan het leger waren verbonden. ,,Meer dan tienduizend van die berichten bevatten taal die haat onder de bevolking tegen de Rohingya hielp aanwakkeren.”
De militaire regering zal naar verwachting betogen dat zij misschien hard heeft opgetreden tegen de Rohingya maar dat daaruit nog niet valt te concluderen dat ze bewust naar uitroeiing van de islamitische minderheid streefde. De advocaten van Gambia zullen er nog een harde dobber aan hebben te bewijzen dat er van opzet sprake was.
Op grond van het genocideverdrag, waarbij zowel Gambia als Myanmar partij is, is er pas sprake van genocide wanneer bewezen kan worden dat er geweld is gepleegd met de opzet een nationale, etnische, raciale of religieuze groep helemaal of ten dele te vernietigen. Slechts één keer eerder, in 2007, bevestigde het Internationaal Gerechtshof dat er sprake was van genocide. Dat betrof de massale moord op moslimmannen in Srebrenica tijdens de Bosnische oorlog in 1995. Servië was hieraan medeplichtig, oordeelde het Hof.

Een beeld uit 2017 van een afgebrand huis in het dorp Gawdu Zara, in de Myanmarese deelstaat Rakhine, waar 11 miljoen Rohingya woonden.
Foto ASSOCIATED PRESS
Zoom in
Bij een eerdere zitting in de Rohingya-zaak, in 2019, liet het Myanmarese leger zich nog in Den Haag vertegenwoordigen door de voorheen door velen bewonderde Aung San Suu Kyi, winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede van 1991 en lange tijd oppositieleider. Ze was in 2016 een ongemakkelijk bondgenootschap met de junta aangegaan en fungeerde vervolgens enige tijd als regeringsleider. Het leger had slechts gereageerd op geweld van radicale Rohingya, betoogde Suu Kyi in Den Haag, al sloot ze niet uit dat de militairen daarbij over de schreef waren gegaan. Door haar al eerder gebleken gebrek aan medeleven met de zwaar vervolgde Rohingya kelderde haar aanzien in het buitenland.
Lees ook
Aung San Suu Kyi verdedigt nu de generaals – tot in het Vredespaleis

De inmiddels 80-jarige Suu Kyi zal er deze keer niet bij zijn in Den Haag. Na een militaire staatsgreep in 2021 werd zij – wederom – gevangen gezet en na enkele schertsprocessen tot tientallen jaren celstraf veroordeeld. Sindsdien heeft zij nauwelijks meer contact met de buitenwereld.
Etnische minderheden vechten terug
In Myanmar blijft de situatie van de Rohingya precair. „De toestand voor Rohingya in Rakhine is nu zelfs nog erger dan in 2017”, meent Tun Khin. Hij wijst erop dat er in 2024 nog 200.000 Rohingya naar Bangladesh vluchtten. Ook veel andere etnische minderheden in Myanmar worden al tientallen jaren door het regeringsleger onderdrukt. Op veel plaatsen stellen minderheden zich daarom gewapend te weer, waardoor Myanmar steeds meer in een burgeroorlog verzeild is geraakt.
,,Miljoenen mensen in Myanmar zullen de zaak in Den Haag volgen”, zegt Koumjian. ,,Vooral de vluchtelingen, die in Bangladesh vastzitten. Zij kunnen nergens heen. Bangladesh wil hen niet langer huisvesten en Myanmar wil hen niet terugnemen. Het beetje hoop dat zij nog hebben, is gevestigd op het Hof in Den Haag.”
De ervaren jurist Koumjian beseft dat zelfs als het Hof Myanmar schuldig zou bevinden de problemen van de Rohingya allerminst zijn opgelost. ,,Het is een heel lastige opgave voor de rechters”, zegt hij. „Hoe kunnen ze gerechtigheid brengen voor schending van dit enorm belangrijke verdrag? Dit zijn uitdagende tijden voor het internationaal recht maar mensen willen toch blijven geloven dat het internationaal recht er toe doet. Hopelijk vindt het Hof hier iets op, ook om te voorkomen dat zich zulke misstanden herhalen.”
Geef cadeau
Deel
Mail de redactie
De journalistieke principes van NRC