Naïef dacht ik dat ‘emigreren naar Paraguay’, onderwerp van een vijfdelige VPRO-serie, metaforisch bedoeld was. De droom ver weg te zijn, schepen te verbranden, opnieuw te beginnen. Ik vertrek, maar dan met accent op diepere drijfveren; en Paraguay staand voor gans Verweggistan. Wist ik veel dat het om een reële beweging gaat. Van mensen die weg willen, nee, ‘moeten’ uit een land dat voor hen onleefbaar wordt, bijvoorbeeld omdat iedereen er ‘zichzelf’ moet kunnen zijn. Waardoor zij dat juist, gevoelsmatig, niet meer kunnen. Als aan de in de schepping bedoelde tweedeling zij/hij ‘hen’ wordt toegevoegd, kan dat de druppel zijn. Al is de emmer vaak al vol van andere motieven.
Wist ik veel dat er pioniers zijn die aspirant-wegvluchters voor woke (zich, ironie, ‘wakkeren’ noemend) voorlichting geven en praktisch steunen om van onbehagen en verlangen tot heuse emigratie over te gaan. Naar een land met minder staatsbemoeienis, lagere belastingen, zonder al te veel strepen aan de hemel en, godlof, nog enorme hompen vlees (goedkoop!) op de barbecue. Die steun bieden ze om ideologische redenen (The Great Awakening: verspreid het Licht), maar niet minder als verdienmodel, want eenmaal in Paraguay moet toch de schoorsteen roken, hoe (sub)tropisch het daar ook is.
Pikant dan wel dat vaak een van de redenen voor vlucht de komst van vluchtelingen naar Nederland is. Maar er is een breder scala aan motieven dat in de reeks deels wordt geëxpliciteerd in commentaar, en deels af te leiden is uit korte, snelle toespelingen voor goede verstaanders (want zelfs in Paraguay leidt ‘je mag ook niks meer zeggen’ tot zelfcensuur als er een camera bij is).

Anne en zoontje tijdens de barbecue.
© VPRO
De serie is van regisseur Gijs Swantee, die wandelend door Weesp een stickertje zag met ‘ben je ook zo klaar met Nederland, kom dan morgen hierheen’. Hij was niet klaar, maar als bereisd tv-journalist en documentairemaker, en bekend met de werkelijkheid van Latijns-Amerika, wel nieuwsgierig. En hij trof tussen de twee- en driehonderd aanwezigen die het helemaal met Nederland hadden gehad en voor wie Paraguay een betere optie leek. Een bonte volière, maar toch met gedeelde onder- en vaak boventonen.
In de VPRO Gids legde interviewer Elja Looijestijn de makers voor dat de hoofdpersonen allerlei complottheorieën uitdragen. Mederegisseur Fleur Amesz: ‘Ja, maar dat woord zouden wij dus niet gebruiken; daar zit meteen een oordeel aan vast.’ Eigen overtuigingen opzijzetten ‘om te begrijpen wat iemand drijft’ was het uitgangspunt. Lovenswaard misschien, want in de inleiding van hetzelfde artikel staat dat onderzoek van denktank HCSS opleverde dat een derde van de Nederlanders gelooft dat achter de schermen een elite opereert die invloed uitoefent op politieke beslissingen. Als je lobbyisten en de organisaties waarvoor ze werken (tabaksindustrie) een elite noemt, en politieke partijen als BBB (agrarische industrie) en VVD (neem alleen al erfbelasting) ook, dan zit je ver boven een derde.
Maar ik vermoed dat meer gedoeld wordt op antivaxers, klimaatontkenners, pedonetwerkbestrijders, homogenezers, Zwarte Piet-kampioenen, Soros-haters en ga maar door. Die willen bepaald niet allemaal naar Paraguay en strijden de strijd hier, maar onder de belangstellenden in Weesp en elders zijn ze wel aanwezig, al lijken belastingdruk, overregulering, justitie en oorlogsdreiging prominenter. Daarbij zijn sommige hoofdpersonen in de reeks waarschijnlijk minder exemplarisch, want voorzien van een stevig strafblad.
Hiermee is duidelijk dat mij niet lukt wat Swantee en Amesz nastreefden: don’t judge but show. Probeer te begrijpen. En ze houden dat vergaand vol, bijvoorbeeld in de alles verbindende, voortreffelijk gesproken voice-over van Roos Ouwehand (vertrouw nooit de AI-informatie die je bovenaan te zien krijgt wanneer je Google raadpleegt: ik ben al twee keer pijnlijk het schip ingegaan. Dit zou de derde zijn geweest, want volgens AI is die vrouwenstem van Gijs Swantee. Recent is een eredoctoraat gestrand op foutieve AI-informatie — kun je nagaan wat veel studenten aan onzin ophoesten, die deels onweersproken blijft).
Dat dramaturgisch onmisbare, frequente commentaar loopt op een koord, gespannen tussen (ver)oordelen aan de ene kant en begrip aan de andere. Het strafblad wordt er wel degelijk in genoemd, maar betrokkene krijgt alle gelegenheid om te relativeren, weg te wuiven en te wijzen op het feit dat een uitgezeten straf vereffening betekent.
Overigens niet in interviews door de makers — die zitten er bewust niet in — maar uit zichzelf en in dialogen. Dat hoofdpersonen zich in de Duitstalige kolonie Hohenau hebben gevestigd zonder ook maar één verwijzing naar het zwaar besmette verleden van die plek (Mengele zat er niet als enige ontsnapte nazi) is een keuze die ik bepaald niet gemaakt zou hebben. Maar toegegeven: dan lazer je wel van het koord.

Carla maakt zich zorgen om cameratoezicht.
© VPRO
Het is duidelijk: deze opzet was een onmisbare voorwaarde, omdat anders de belangrijkste hoofdpersonen (Jeroen Pols, onder veel meer voormalig advocaat van Viruswaanzin, later Viruswaarheid, en Jan Engel, broer en geestverwant van Willem die die club stichtte en leidde) nooit zouden hebben ingestemd zich uitgebreid te laten filmen. En dat niet door Wakker Nederland (dat trouwens best eens bedenkingen zou kunnen hebben bij het Paraguayproject en een deel van de opvattingen), maar uitgerekend door de behoorlijk woke VPRO.
Een interessant personage is hun medewerker Lester, die met zijn Anne en hun baby de overstap heeft gemaakt en regelmatig heen en weer pendelt om informatiebijeenkomsten in Nederland te leiden. Lesters schoonvader is nog niet ‘wakker’, maar diens liefde voor dochter en kleinkind doet hem vaak zwijgen over opvattingen die hij duidelijk niet omarmt. Wel plaatst hij kanttekeningen. Bijvoorbeeld dat het grote verschil in belastingdruk wel verklaart waarom gemeenschapsvoorzieningen in Nederland en Europa beduidend beter zijn dan in Paraguay (Anne: ‘In Nederland worden mensen te veel gepamperd’). ‘Volg je de politiek in Paraguay wel?’ vraagt (schoon)vader. Lester: ‘Ach, envelopjes (corruptie) heb je toch overal?’ Veilig terug in Paraguay zegt hij tegen Anne dat hij heel erg zijn best doet om het tegenover haar ouders ‘niet politiek’ te maken.
Wat moeilijk moet zijn, want hij doet normaal niet anders. Hoe moeilijk? Nou, dan pakt hij bij haar ouders een fles Spa rood, draait hij die dop eraf en blijft dat kutding zitten. En dan die slijmerige papieren rietjes — wat is er verdomme mis met plastic? De walgelijkheid van Nederland, Europa met hun milieugezeik, ijzersterk aangetoond. Hilarisch vind ik. Maar hij is wel ook degene die zich de term ‘omvolking’ laat ontvallen.
Maar waarom erover schrijven? Omdat ik, net als de makers, toch nieuwsgierig ben naar wat, wie en waarom. Zoals ik dat ook was bij documentaires over Constant Kusters en extreemrechts in binnen- en buitenland. Of over Trump en Maga, al kan ik daar inmiddels echt niet meer naar kijken. Omdat begrip opbrengen voor wat die achterbannen drijft slecht wil lukken, hoe beroerd een deel daarvan er ook aan toe is. Verbinding zoeken, maar hoe dan? Zou er niet ook een beetje sensatiezucht meespelen? Spiegelbeeld van die cartoon uit de jaren zeventig waarin een man zijn vrouw roept: ‘Kom kijken Mien, we worden weer gekwetst.’ Verwant van Archie Bunker. En wel destijds door de gehate langharige linkse kerk.

Carla belt met de Nederlandse overheid
© VPRO
Ik was dus getriggerd en vroeg de VPRO om ‘zichtlinks’. Kreeg er twee van de vijf. Was nieuwsgierig naar hoe het de migranten zou vergaan (dat dus zeker wel) en vroeg meer. Kreeg de rest met het verzoek niet te spoilen. Begrijp dat, maar heb nog wel de derde bekeken. Zal vier en vijf lineair zien om niet onbedoeld spelbreker te zijn. Deels lijkt me de rest voorspelbaar, omdat ook hier algemene regels van Ik vertrek gelden. Naast euforie bij wie de sprong waagt zullen er teleurstellingen komen. Spanningen en conflicten lijken niet uitgesloten. Ik heb het bewust weinig gehad over de ‘harde kern’ Pols en Engel. Wel over rechterhand Lester.
Kleinere rollen zijn even interessant. Zoals die van Enrique, de Paraguayaanse chauffeur van Pols, die dus profiteert van de Hollanders (al zal zijn loon, net als dat van alle locals, laag zijn — Pols prijst dat expliciet in zijn werving), maar met lede ogen toeziet dat hun komst voor hem en zijn landgenoten negatieve gevolgen heeft. Dat Pols Nederlanders ook helpt met adviezen om hun kapitaal zo onbelast mogelijk het land uit te krijgen, blijkt besmuikt.
Ik sluit af met Mart, met wie de serie opent. Een Vinex-bewoner die al zijn spullen verkoopt voor vertrek. Zijn motief is vooral het gevaar van wifi, 5G-zendmasten en ‘chemtrails’ (giftige strepen aan de hemel). Hij is overgevoelig, slaapt er niet door en wil naar zuivere natuur en lucht. Hopend zich aan te sluiten bij gelijkgestemden, oftewel wappies als hij (geuzenterm). Aangekomen jubelt hij. Niet alleen heeft hij eindelijk goed geslapen, maar moet je zijn geweldige poep zien. Langzamerhand krijgt hij het zwaar. Beoogde instapprojecten mislukken of veranderen toelatingsregels. Het onderdak bij geestverwante Oostenrijkers blijkt duur, want die rekenen Europese prijzen. Hij zoekt ook een liefdespartner, maar ongevaccineerden (absolute voorwaarde) zijn nauwelijks te vinden.
Dat Paraguay maar een week op slot ging tijdens corona blijkt ook al een fabel. Mart blijkt getraumatiseerd door een jeugd als pestslachtoffer en wordt van zachtaardig harder, zeker in taal, kennelijk beïnvloed door een radicalere omgeving. Homoseksueel is hij, maar net als Lester c.s. moet hij niets hebben van de ‘driehonderd vormen’ van seksuele identiteit die in Nederland in de plaats zijn gekomen van de oorspronkelijke twee. Niet pijnlijker dan wanneer hetero’s dat verkondigen, maar toch pijnlijk.
Fleur Amesz, Gijs Swantee (regie), Maarten Slagboom (eindredactie), Wakker in Paraguay, VPRO, vijf delen vanaf donderdag 8 januari, NPO 2, 20.25 uur.
Lees ook:

