Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) mag dwangsommen die asielzoekers krijgen omdat de asielprocedure te lang duurt, gebruiken om van hen een eigen bijdrage voor de opvang te eisen. Dat heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State woensdag beslist. Ook mag het COA daarbij putten uit gegevens die het van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) ontvangt over uitbetaalde dwangsommen.
De afgelopen jaren liep het bedrag aan dwangsommen die de IND aan mensen betaalde fors op. In 2024 betaalde de IND 36,8 miljoen euro aan dwangsommen, blijkt uit jaarcijfers. In 2023 was dat nog 11,3 miljoen euro.
De uitspraak van ’s lands hoogste bestuursrechter betekent dat een deel van het geld dat de Nederlandse staat jaarlijks kwijt is wegens te late beslissingen op asielaanvragen, via een andere weg weer terugvloeit naar de overheid. Zowel COA als IND zijn onderdeel van het ministerie van Justitie en Veiligheid.
Het lukt de IND zelden asielaanvragen binnen de wettelijke termijn te behandelen. Asielzoekers kunnen dan bij de rechter beroep instellen wegens niet tijdig beslissen. Die stelt vervolgens een nieuwe beslistermijn vast en koppelt aan overschrijding daarvan een financiële prikkel. Doorgaans ontvangen aanvragers een dwangsom van 100 euro per dag met een maximum van 15.000 euro.
Lees ook
IND betaalde in 2024 ruim drie keer meer aan dwangsommen dan een jaar eerder

Berekenen van eigen vermogen
Het COA wil die dwangsommen graag gebruiken bij het berekenen van het eigen vermogen van asielzoekers. Indien mensen over voldoende eigen middelen beschikken kan hen namelijk. De grens daarvoor ligt in 2026 rond de 8.000 euro voor personen en 16.000 euro voor een gezin.
De Raad van State deed woensdag uitspraak in vier vergelijkbare zaken. Het betrof onder meer een koppel dat samen 30.000 euro aan dwangsommen had ontvangen en bij wie het COA voor 2021 een eigen bijdrage van 11.607 euro in rekening bracht. Dat bedrag was gebaseerd op 380 euro aan woonlasten en 740 euro aan leefgeld die zij maandelijks ontvingen.
De vraag waarover de Raad van State zich moest buigen is of de dwangsommen gelden als immateriële schadevergoeding. Die valt namelijk wettelijk buiten de berekening van het eigen vermogen. Volgens de asielzoekers zijn de dwangsommen immateriële schadevergoedingen voor het feit dat zij lange tijd moesten wachten op het besluit op hun asielaanvragen.
COA betoogde juist – met succes – dat een dwangsom geen schadevergoeding is, maar een financiële prikkel voor de minister om sneller op een asielaanvraag te beslissen. De Afdeling bestuursrechtspraak volgt die redenering en concludeert dat de dwangsommen inderdaad geen immateriële schadevergoeding zijn en dus meetellen bij het vermogen van de asielzoeker.
Afgelopen zomer pleitte IND voor het afschaffen van rechterlijke dwangsommen. Die zouden averechts werken en vertragingen in de asielketen in de hand werken, volgens directeur-generaal IND Rhodia Maas. De behandeling van de zaken over niet tijdig beslissen kosten namelijk tijd. „Capaciteit die we veel beter kunnen gebruiken voor het behandelen van aanvragen.”
Lees ook
‘Het is zinvol om het COA weer met een dwangsom aan te sporen’, zegt gemeente Westerwolde. De landsadvocaat vindt van niet

Geef cadeau
Deel
Mail de redactie
De journalistieke principes van NRC