Toen de buschauffeur van een Amerikaanse stadsbus Claudette Colvin in maart 1955 opdroeg om op te staan voor een witte medepassagier, schoten twee activisten haar te hulp. Daardoor had de vijftienjarige middelbare scholier de moed om te blijven zitten, een historische verzetsdaad.

„Het voelde alsof Harriet Tubman mij met haar hand op de ene schouder naar beneden duwde en Sojourner Truth mijn andere schouder naar beneden drukte”, vertelde ze decennia later aan The Guardian. De twee abolitionisten die ze noemde waren niet aanwezig in de stadsbus die door Montgomery, in de zuidelijke staat Alabama, reed. Ze waren zelfs al overleden. Maar Colvin, die deze dinsdag op 86-jarige leeftijd overleed, wist van hun bestaan af dankzij de geschiedenislessen op haar gesegregeerde middelbare school.

Uiteindelijk sleepten twee politieagenten haar hardhandig het voertuig uit, in het arrestantenbusje probeerden ze om-en-om haar cupmaat te raden.

Rosa Parks, die maanden later eenzelfde moedige stap zette, werd wereldberoemd; de naam Colvin komt niet eens voor in het NRC-archief. Haar daad werd volgens Amerikaanse media „overschaduwd” door Rosa Parks, die in december van het zelfde jaar weigerde op te staan voor een witte passagier.

De vreedzame acties van Colvin en Parks gaven racistische lieden een knauw. Na Parks’ protest lieten Afro-Amerikanen bussen dertien maanden lang passeren, een boycot met financiële malaise voor de busmaatschappij als gevolg. Ondanks de demonstraties bleven de racistische Jim Crow-wetten, waarin de rassenscheiding was vastgelegd, tot 1965 gelden in de zuidelijke staten. De naar een racistische karikatuur vernoemde wet was zo’n negentig jaar eerder ingevoerd om de rechten die Afro-Amerikanen na de burgeroorlog hadden verkregen, af te pakken.

Colvin kreeg pas jaren later erkenning

Erkenning voor haar activisme kreeg Colvin, die op Manhattan in de ouderenzorg ging werken, pas jaren later, schrijft The Washington Post. De Amerikaanse schrijver Phillip Hoose wijdde in 2009 een biografie aan haar. Het levensverhaal ging pas verkopen nadat het de Amerikaanse National Book Award voor jeugdliteratuur won.

Na Colvins arrestatie ontving burgerrechtenorganisatie NAACP, waar Rosa Parks secretaresse was, tientallen steunbrieven. Justitie legde haar een boete op. Desondanks grepen activistische advocaten haar zaak (uiteindelijk) niet aan om rassenwetten aan te vechten in de rechtszaal. Colvin werd weggezet als „brutaal, emotioneel en opvliegend”, vertelde de biograaf van de vrouw die naar eigen zeggen nooit vloekte aan The New York Times. Bovendien woonde ze in „een hutje”, hoorde activist Gwen Patton anderen eens neerbuigend zeggen. Ook was Colvin zwanger geraakt van een getrouwde man, die haar had verkracht, vertelde ze.

Dit alles zou de strijd tegen rassenscheiding geen goed doen, was het idee. De winkansen met de „onverstoorbare” Rosa Parks, die naaister was in een warenhuis, werden hoger ingeschat. „Laat Rosa het doen”, zei zelfs Colvins moeder. „Witte mensen zullen Rosa met rust laten – haar huid is lichter dan die van jou, en ze vinden haar aardig.” Colvin getuigde overigens wel in de succesvolle rechtszaak tegen het gesegregeerde openbaar vervoer.

De doodstraf van haar buurjongen werd het keerpunt voor Colvin

Niet haar eigen arrestatie in de bus, maar de aanhouding van haar buurjongen en schoolvriendje Jeremiah Reeves noemde ze volgens The Post hét keerpunt in haar leven. Een volledig witte jury legde de zestienjarige jongen de doodstraf op omdat hij een witte vrouw zou hebben verkracht. Volgens het Equal Justice Initiative, dat zich inzet voor jeugdige delinquenten in Alabama, martelde de politie Reeves tot hij een valse bekentenis aflegde. Als de verdachte een witte man was geweest en het slachtoffer een zwarte vrouw, „was het gewoon zijn woord tegen het hare, en niemand zou haar ooit geloven”, hekelde Colvin het Amerikaanse rechtssysteem.

Zelf moest ze tot haar 82ste levensjaar wachten om haar status als jeugddelinquent kwijt te raken. Een kinderrechter noemde Colvins daad in 2021 „moedig” en willigde het verzoek dat ze enkele maanden eerder indiende in.

Zag ze gelijkenissen tussen Trumps MAGA-beweging en het Alabama van de jaren vijftig en zestig, vroeg The Guardian haar in het interview dat vlak na het begin van Trumps eerste presidentstermijn werd gepubliceerd. Witte mensen hebben altijd geprofiteerd van hun huidskleur, antwoordde ze, maar „die tijd komt nooit meer terug. Want zelfs de mensen in de armste delen van Afrika zijn nu verlicht”, stelde ze hoopvol.

Geef cadeau

Deel

Mail de redactie

De journalistieke principes van NRC