Het leek allemaal beklonken. Kantines en winkels zouden contante betalingen tot 3.000 euro moeten accepteren. In september 2024 kregen SGP-Kamerlid André Flach en SP-fractievoorzitter Jimmy Dijk hun zin: na een lange discussie stemde het parlement in met hun voorstel dat de toekomst van cash in Nederland moest veiligstellen. Het moest ervoor zorgen dat digitaal minder vaardige mensen volwaardig kunnen blijven deelnemen aan de samenleving. Daarnaast zou cash dienen als vangnet bij storingen, bijvoorbeeld wanneer het pinverkeer of de stroom uitvalt.
En dus zou iedere cashbetalende medewerker die in de bedrijfskantine van een tosti verstoken blijft omdat er alleen gepind kan worden, naar de rechter kunnen stappen. Die kon dan een schadevergoeding of dwangsom opleggen, zo was het idee.
Maar de wet is nog niet ingegaan – dat zou in 2027 gebeuren – of D66, JA21 en de VVD dinsdag, een dag voor een Kamerdebat over cash geld, een amendement in om die acceptatieplicht van tafel te vegen.
Een van de indieners, D66-Kamerlid Nathalie van Berkel, lichtte dat toe in een gesprek op haar werkkamer. „De eerste keer stemden wij ook tegen” zei zij. „Maar in de tussentijd ben ik opnieuw door veel ondernemers benaderd met zorgen over bureaucratie en veiligheid. Dat bevestigde voor ons dat we van die acceptatieplicht af moeten.”
De vrijheid van burgers die contant willen betalen wordt op het spel gezet.
André Flach
Tweede Kamerlid SGP
Dat leidde tot verontwaardiging bij andere partijen. De SGP sprak van „knipperlichtpolitiek”. Flach stelde dat „D66, JA21 en de VVD de eerste de beste gelegenheid hebben aangegrepen om een meerderheidsbesluit van de Kamer om zeep te helpen” en riep de partijen op het amendement in te trekken. „De vrijheid van burgers die contant willen betalen — enkele miljoenen mensen — wordt hiermee op het spel gezet.”
Flach doelt op het toenemend aantal plekken in Nederland die ‘pin only’ zijn. Uit een meting van De Nederlandsche Bank bleek vorig jaar mei dat het aantal plekken waar bankbiljetten en munten worden geweigerd, is gestegen van 4,5 procent in 2023 naar 4,8 procent in 2024. Vooral bioscopen en apotheken hebben steeds minder boodschap aan cash. Inmiddels verloopt zo’n 80 procent van de betalingen aan de kassa digitaal.
Ondertussen heeft demissionair minister van Financiën Eelco Heinen (VVD) in het kader van de veiligheid de opdracht gekregen om uitzonderingen op de acceptatieplicht mogelijk te maken.
„Grote hoeveelheden cash brengen veiligheidsrisico’s met zich mee, zoals een verhoogde kans op overvallen”, zegt een woordvoerder van Financiën. Daarom zouden winkels contant geld mogen weigeren tussen 22.00 en 06.00 uur. Andere ondernemers kunnen zich bij veiligheidsrisico’s beroepen op een tijdelijke uitzondering. „Denk bijvoorbeeld aan een snackbar bij een voetbalstadion tijdens een hoogrisicowedstrijd”, aldus de woordvoerder.
Dat de partijen zich nu keren tegen de regeling en de minister uitzonderingen mogelijk maakt, is opvallend, omdat de Europese Unie een verordening in de maak heeft om contant geld als wettig betaalmiddel te behouden. Deze Europese regels worden mogelijk strenger dan de Nederlandse.
Een Geldmaat binnen 5 kilometer
Heinen verdedigde woensdag in het debat een wetsvoorstel dat als doel heeft dat banken zorg dragen voor een landelijke, betaalbare infrastructuur voor contant geld. Simpel gezegd: er moeten voldoende geldautomaten zijn, en er moet geld in zitten. Banken met meer dan drie miljoen gebruikers moeten garanderen dat er binnen 5 kilometer een Geldmaat staat. Banken met meer dan 500.000 klanten worden verplicht faciliteiten voor het storten van contant geld aan te bieden. Nu draaien de grootbanken ABN Amro, ING en Rabobank daar gezamenlijk voor op.
Dat ook kleinere banken aan deze verplichtingen moeten bijdragen, stuit op flinke weerstand. In een brief aan de Tweede Kamer uiten Revolut, Knab en bunq hun „grote zorgen” over het wetsvoorstel. Hun gezamenlijke balanstotaal is ruim dertig keer kleiner dan dat van de drie grootbanken samen, die uitkomen op ongeveer 1.968 miljard euro. Het onderhouden van een geldautomaat kost al snel tienduizenden euro’s per jaar, vooral door geldtransport en bevoorrading — geld dat deze banken liever aan innovatie besteden, schrijven zij.
Volgens Francesco Aghemio, branchemanager van Revolut Nederland en België, is de maatregel slecht voor het concurrentievermogen van kleine banken en zou het „nieuwe spelers niet vooruit helpen”. „Wij begrijpen het belang van contant geld,” zegt hij telefonisch. Hij vindt dat banken pas verplicht zouden moeten bij te dragen aan de Geldmaten bij een combinatie van 500.000 klanten en 150 miljard euro balanstotaal. „Deze wet dwingt kleinere, digitale spelers tot zeer kostbare voorzieningen waar onze klanten grotendeels geen behoefte aan hebben. Dat maakt Nederland minder aantrekkelijk als markt.”
Volgende week dinsdag wordt gestemd over het amendement van VVD, D66 en JA21.
Geef cadeau
Deel
Mail de redactie
De journalistieke principes van NRC