Laat er geen misverstand over bestaan: veel beraadslagingen in en buiten Iran over de toekomst van het land zijn op zijn minst voorbarig. De Islamitische Republiek moet weliswaar het hoofd bieden aan de grootste uitdaging sinds haar ontstaan in 1979, maar vooralsnog zijn haar structuren intact.
Tegelijk weet iedereen: dat kan snel veranderen. Maar wat dan? Een blik op het wijdere Midden-Oosten kan helpen om daar iets zinsvols over te zeggen. De regio weet als geen ander wat opstanden zijn.
Het allesbepalende jaar hierin is 2011, het begin va de Arabische Lente. Het ene na het andere regime in de regio viel. Dictators traden af in Egypte en Tunesië of werden in Libië en Jemen vermoord, vaak na decennia in het zadel te hebben gezeten.
De les van 2011 was aanvankelijk dat het volk daadwerkelijk macht bezit. Dat massale en aanhoudende demonstraties, ondanks repressie, kunnen leiden tot het verdwijnen van een dictatoriaal regime, was ongekend.
Maar de lessen daarna waren anders van aard. De val van een regime is één ding, wat daarna komt is iets heel anders. Libië en Jemen worden sindsdien verscheurd door burgeroorlogen, verergerd door buitenlands ingrijpen. Tunesië en Egypte kregen nieuwe autoritaire leiders en zijn in zekere zin dus terug bij af.
In feite is er nauwelijks één voorbeeld te noemen van een land in het Midden-Oosten dat sinds het begin van de opstanden stabieler is geworden dan het daarvoor was.
Theocratie
Wordt Iran de uitzondering op die regel mocht het regime van de ayatollahs vallen? Die mogelijkheid bestaat, maar dat zal afhankelijk zijn van een heleboel factoren. Een van de belangrijkste is wie de macht naar zich toetrekt – of aan wie het gegund wordt door het volk. Dat kan de voormalige kroonprins van Iran zijn, Reza Pahlavi, die zich nu in de Verenigde Staten opmaakt om terug te keren. Het is echter onzeker of zijn vele tegenstanders in Iran daar genoegen mee nemen.
In elk geval lijkt de kans klein dat, als het regime valt, het alternatief opnieuw een theocratie zal zijn. De doctrine van de grondlegger van de Islamitische Republiek, ayatollah Ruhollah Khomeini, luidde dat de geestelijkheid het recht had om over de staat te heersen. Hij noemde dat ”velayat-e faqih”, de heerschappij van de (islamitische) jurist.
Demonstranten zaterdag in Mashhad, een stad in het noordoosten van Iran. beeld UGC
Demonstranten zaterdag in Mashhad, een stad in het noordoosten van Iran. beeld UGC
Demonstranten zaterdag in Mashhad, een stad in het noordoosten van Iran. beeld UGC
Demonstranten zaterdag in Mashhad, een stad in het noordoosten van Iran. beeld UGC
Demonstranten zaterdag in Mashhad, een stad in het noordoosten van Iran. beeld UGC
Demonstranten zaterdag in Mashhad, een stad in het noordoosten van Iran. beeld UGC
Die doctrine is nooit zonder kritiek geweest, ook niet binnen Iran zelf. Sommige sjiitische geestelijken zien het als een afwijking van de traditionele sjiitische politieke theologie. Volgens hen moet de geestelijkheid niet op deze manier willen heersen, vooral niet omdat er veel te veel macht in handen komt van de opperste leider. Het zou helpen als deze sjiitische leiders nu duidelijker van zich laten horen, maar het is niet helder of ze dat aandurven.
Minst islamitisch
Feit is dat het experiment Iran sinds 1979 geen goed heeft gedaan, zelfs niet vanuit sjiitisch perspectief. De verstikkende deken van conservatieve sjiitische ideologie over de samenleving heeft veel Iraniërs doen afkeren van de islam. Je zou kunnen zeggen dat Iran weliswaar het meest islamitische regime in de regio heeft, maar als je kijkt naar de bevolking is Iran juist het minst islamitische land in het Midden-Oosten – met uitzondering van Israël.
Veel Iraniërs zijn, openlijk of in het geheim, seculier; anderen zijn christen geworden en komen samen in huiskerken
Volgens een onderzoek uit 2020 is hooguit een derde van de bevolking de sjiitische islam nog toegedaan. Velen zijn, openlijk of in het geheim, seculier. Anderen zijn christen geworden en komen samen in huiskerken, waarvan de bezoekers in de honderdduizenden lopen.
Het ligt dus voor de hand om te verwachten dat een volgende regering seculier van aard zal zijn – zoals Iran dat ook voor 1979 was. Maar als het gaat om vrijheid en democratie, zegt dat stempel weinig. Democratie is ook niet de topprioriteit van veel demonstranten. Zij gaan allereerst de straat op, omdat ze niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Als een volgende regering dát kan waarborgen, en daarmee een burgeroorlog kan voorkomen, is Iran al veel beter af dan de meeste buurlanden.