Nog maar één windpark wil het demissionaire kabinet aanbesteden twee, zoals was gepland. Het Actieplan windenergie op zee, dat het kabinet een halfjaar geleden opstelde ten behoeve van de aanbestedingen, blijkt onvoldoende effectief. In dat plan maakte demissionair minister Sophie Hermans (Klimaat en Groene Groei, VVD) 1 miljard euro vrij om windparken, voor het eerst in jaren, weer met overheidsgeld te subsidiëren.

Vrijdag werd bekend dat het kabinet 2,5 miljard euro hiervoor beschikbaar stelt, maar dat niet genoeg acht om twee windparken met een capaciteit van elk 1GW (elektriciteit voor grofweg twee miljoen huishoudens) succesvol aan te kunnen besteden dit jaar. Het kabinet vroeg het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) om advies over de hoogte van de subsidie en volgt dit nu naar eigen zeggen op. In een reactie aan NRC zegt minister Hermans dat de markt „verder verslechterd” is „dan we een halfjaar geleden dachten”.

Het is een grote tegenvaller voor Hermans, in een periode dat de uitrol van windenergie op zee stokt. Het besluit komt nadat in oktober duidelijk is geworden dat geen enkele windparkenbouwer zich op het project Nederwiek 1-A had ingeschreven. Marktpartijen zien de kosten voor de bouw en financiering van de parken stijgen. Daarbij speelt mee dat de industrie langzamer elektrificeert dan verwacht.

Het VK maakte deze week furore in de energiewereld met een geslaagde aanbesteding voor windparken met een capaciteit van maar liefst 8,4 GW

Die onzekerheid houdt zowel windparkenbouwers als de industrie gevangen. Die laatste heeft veel energie nodig, het liefst voor de laagste prijs, maar investeerders in offshore-windenergie moeten hun investeringen in dertig jaar kunnen terugverdienen en betwijfelen of er dan genoeg vraag zal zijn.

In de Kamerbrief noemt de minister windenergie van zee „essentieel” en benadrukt ze dat er „tot 2040 geen alternatieven [zijn] die tijdig en op deze schaal duurzame elektriciteit kunnen opwekken”. Hermans acht windparken op zee nodig om de klimaatdoelstellingen te behalen en onafhankelijker te worden van andere landen. Ze wil dan ook voorkomen dat de offshore-windsector stilvalt in 2026.

Wat meespeelt, is dat hoogspanningsbeheerder Tennet aanzienlijke investeringen heeft gedaan om toekomstige windenergie aan land te kunnen brengen. Omdat Tennet de kosten op termijn financiert via nettarieven, die burgers en bedrijven betalen, is het zaak vertraging zo veel mogelijk „te beperken”, aldus de minister.

Lees ook

‘Wij vangen de klappen op’ – provincies voelen zich door het kabinet alleen gelaten in de stikstofcrisis

Boeren vertrekken na afloop van een protest bij het provinciehuis in Utrecht.

Boekhoudkundige truc

Naast de circa 900 miljoen euro die het kabinet in september vanuit het Klimaatfonds voor de windparken reserveerde, komt het dankzij een boekhoudkundige truc met nog eens 1,6 miljard euro op de proppen. Dat geld komt uit een toekomstig potje van een verduurzamingssubsidie. De grofweg 2,5 miljard euro die het zo vrijspeelt, is voor de aanbesteding van het windpark IJmuiden Ver Gamma-A, bestemd voor de Maasvlakte.

Windparkenbouwers wordt gegarandeerd dat bij een (te) lage marktprijs voor hun elektriciteit het Rijk vijftien jaar lang bijspringt, tot een vastgesteld bedrag. In haar brief haalt Hermans aan dat in Ierland en Polen aanbestedingen slaagden met vergelijkbare bedragen.

Het Nederlandse besluit de ambities voor offshore-windenergie nogmaals naar beneden bij te stellen, komt op een opvallend moment. Deze week maakte het Verenigd Koninkrijk furore in de energiewereld door een aanbesteding te laten slagen voor windparken met een capaciteit van maar liefst 8,4 GW. Het roept de vraag op waarom het daar wél kan. De laatste jaren mislukte subsidieloze aanbestedingen voor windparken in Europa steeds vaker.

In reactie daarop komt de Europese Commissie vanaf 2027 met een nieuwe contractvorm, de zogeheten contracts for difference: de overheid compenseert een te lage elektriciteitsprijs, maar de windparkexploitant draagt bij zeer hoge inkomsten weer af aan de overheid. Het is een succesvolle aanpak die het Verenigd Koninkrijk al langer toepast.

„Met deze contracts of difference neemt de overheid eigenlijk het investeringsrisico over van het bedrijf”, zegt Pieter Boot van het International Centre of Energy Policy. „De prijsverwachting vormt voor investeerders de grootste onzekerheid. In het VK krijgen bedrijven een vaste prijs voor een termijn van twintig jaar. Het risico is daarmee niet verdwenen, maar verplaatst naar de staat.”

Overgangsjaar

In de Nederlandse windsector wordt nu reikhalzend uitgekeken naar deze nieuwe contractvormen. In die zin is 2026 een . Over het kabinetsbesluit zegt Jan Vos van windbranchevereniging NedZero: „Beter een geslaagde aanbesteding dan te weinig budget voor meerdere.”

Maar Vos is kritisch. „Als je uitzoomt zie je weinig strategische visie. Aan de ene kant wordt [adviezen om te investeren in economie van de toekomst] met veel fanfare onthaald, maar op het moment dat je windenergie moet produceren, geeft het kabinet niet thuis. Wij zeggen al twee jaar dat tenders mislukken in het buitenland. Nu is er te laat ingegrepen en is er nog te weinig geld beschikbaar.”

Als je uitzoomt zie je weinig strategische visie. Er is te laat ingegrepen en er is nog te weinig geld beschikbaar

Jan Vos
windbranchevereniging NedZerominister

Vos verwacht niet dat steeds zoveel subsidie nodig is voor nieuwe windparken. „Als je voorspelbaar en grootschalig aanbesteedt, wordt het goedkoper. Kijk maar naar het VK, of Nederland de afgelopen tien jaar.”

Volgens minister Hermans is het „een grote stap” om windparken weer te subsidiëren. Wel haalt ze aan dat het PBL inschat dat de subsidie ook weer minder kan worden als de sector weer op gang komt. Maar, zegt ze, „dat zal ook van veel factoren afhangen, dat hebben we ook niet allemaal zelf in de hand”.

Puzzel

Hoe het verder moet met offshore-windenergie, is aan het volgende kabinet. Duidelijk is wel dat de eerdere ambitie om al in 2030 zo’n 21 GW stroom op te kunnen wekken op zee met de huidige plannen nog niet eens voor de helft is te verwezenlijken.

Van de formerende partijen committeren CDA en D66 zich in elk geval aan het aanjagen van windenergie op zee, het beleid van het kabinet-Schoof. Dat liet optekenen in de gemeenschappelijke agenda dat het in windenergie op zee zou „blijven investeren”.

Ook is duidelijk dat zowel voor nieuwe windparken op zee als bijvoorbeeld het stroomnet extra geld moet worden gevonden. De financiële puzzel wordt nog gelegd en is medeafhankelijk van steun van andere partijen in de Kamer.

Lees ook

Met trillende rotorbladen levert het windpark meer stroom

Mees van Vondelen bij de windmolenopstelling in een gebouw van de TU Delft.

Geef cadeau

Deel

Mail de redactie

De journalistieke principes van NRC