“Zeker. ‘Je bent gek’, zei mijn vader nog toen ik als 21-jarig meisje mijn baan opzegde om fulltime te gaan biljarten. Sportkoepel NOC*NSF gaf me een tijdje een A-status, daarmee kreeg ik per maand net genoeg geld om te kunnen reizen en toernooien te spelen. Maar tien jaar lang heb ik alle eindjes bij elkaar moeten knopen. En pas na het winnen van mijn eerste wereldtitel in 2014 kwamen er meer sponsoren en kreeg ik meer lucht. Het prijzengeld van mijn laatste gewonnen WK was 10.000 euro. Een forse verhoging vergeleken met twee jaar terug (4000 euro, red.), maar alleen van het prijzengeld kun je niet overal naartoe reizen en leven. In Azië zou ik trouwens wel veel meer kunnen verdienen, via een bond die is opgericht in Zuid-Korea. Maar acht maanden per jaar daar zijn? Nee, dat wil ik niet. Hier in Nederland ben ik gelukkig met mijn vrouw.”