Komt dat zien, komt dat lezen! Begin 1975 verschijnt in Alkmaar een nieuw weekblad over populaire cultuur en aanverwante zaken. Zo wordt Ajaxvoetballer Jan Mulder alsmede de televisieserie Merijntje Gijzens jeugd besproken. Het jeugdboek Meester van de zwarte molen fungeert in een boekenlijstje. Er is een rubriek met human interest (en een verschrijvinkje): „Suzan valt op mij ik neit zoveel op haar. einde bericht.” De teksten in de Zwagergids, zoals het periodiek heet, zijn geschreven in viltstiften met verschillende kleuren, de plaatjes zijn geknipt uit de Varagids. Mededeling aan de lezer: „De Zwagergids wordt door één persoon gemaakt, en dat ben ik, Joost Zwagerman.”

Bekijk artikel in krant
Maria Vlaar: Zwaag. De zeven levens van Joost Zwagerman. De Arbeiderspers, 772 blz. € 45,-
De uitgever, auteur en advertentiewerver – in dat laatste ‘helaas’ nog niet zo succesvol – is bij het verschijnen van het eerste nummer tien jaar oud. Op zich weinig bijzonders, zo’n enthousiaste jongen op de journalistieke knutseltour. Het uitzonderlijke van dit geval is dat hij het volhield: niet vier weken, niet vier maanden, maar vier jaar lang maakte Joost Zwagerman veertig Zwagergidsen per jaar.
Zo gleed de Zwagergids samen met de jonge Joost de puberteit in. Het Kerstnummer 1977 bevat een ‘interview’ met Deborah Harry van Blondie, waarbij het samenzijn tussen de zangeres en de jonge journalist – die laatste gekleed in Donald Duck-pyjama – eindigt zoals in zijn stoutste dromen: ,,Het geil druipt over mijn hand.”
Veel van wat de latere schrijver, columnist en televisiepersoonlijkheid Joost Zwagerman zou gaan bepalen, is al in die Zwagergidsen te vinden, schrijft zijn biograaf Maria Vlaar in Zwaag. De zeven levens van Joost Zwagerman zoals de onderwerpen ,,televisie, beroemdheid, muziek, film, seks, politiek, plagiaat en humor”. Plus de ambitie en de discipline die nodig zijn om dóór te zetten en de durf om je pyjamafantasieën gewoon op te schrijven: ,,Zwagerman, denk ik bij mezelf, ga dit nou geen hard-porno vraaggesprekje maken, hou het fatsoenlijk”, staat er in het begin van het Blondie-interview.
Het zijn de kwaliteiten die Joost Zwagerman vanaf halverwege de jaren tachtig een vliegende start in de Nederlandse letteren bezorgde. Hij was voorman van de Maximalen, jonge dichters die de aanval openden op het ingedutte establishment (en waarvan enkele andere leden een teiltje vis uitstortten boven het hoofd van criticus Michaël Zeeman). Hij debuteerde op zijn 22ste en werd een paar jaar later de chroniqueur van de hippe en cokebesnoven Amsterdamse kunstenaarsscène met zijn roman Gimmick!

Dichtersgroep de Maximalen in 1988. Joost Zwagerman rechts met zonnebril.
Foto Harry Meijer/ANP
Zoom in
Het brengt hem in de populaire talkshow Sonja op Zondag, waar de presentatrice dadelijk onthult dat de schrijver zelf had opgebeld om zich als gast aan te bieden. Het is ook de charismatische, eindeloos enthousiasmerende man die in de laatste jaren van zijn leven horden televisiekijkers warm maakte voor kunst en kunstenaars in De Wereld Draait Door.
Maar toch. Over al die vitaliteit en levenslust, over al het succes hangt de schaduw van Zwagermans overlijden door zelfdoding in 2015, op zijn 52ste. In haar inleiding tot de biografie schrijft Vlaar dat ze haar boek niet met de dood wilde laten eindigen: ,,De depressieve Joost is immers maar één van de Joosten, waar hij zelf van áf wilde, en het zou verdrietig zijn als die het meest nabrandt op het netvlies van de lezer.” Het was voor haar een reden om het boek thematisch te structureren. Zwaag eindigt nu met een uiteenzetting over de kunstliefhebber (en Godzoeker) Zwagerman.
Conservatief biografenland
Nederland is – uitzonderingen daargelaten – een tamelijk conservatief biografenland, dus alleen al daarom is het toe te juichen dat Vlaar niet kiest voor de conventionele chonologische aanpak. Wat niet betekent dat die keuze geen nadelen heeft. Soms levert het suffe herhalingen op, op andere momenten blader je enigszins gedesoriënteerd naar de noten om te kijken of een bepaalde affaire zich nu voor of na het begin van Zwagermans relatie met zijn latere echtgenote begon. Ook is de uitwerking van de thema’s erg uitgebreid; een beknopte biografie is Zwaag met ruim 660 bladzijden bepaald niet.

Privéarchief Joost Zwagerman/Literatuurmuseum
Zoom in
Daar tegenover staat dat de biografie analytisch ijzersterk is. Vlaar wordt niet gehinderd door ontzag voor haar onderwerp, maar heeft hem, zogezegd, bij de lurven. Ze maakt ondubbelzinnig duidelijk hoe Zwagerman zichzelf (en zijn omgeving) in de weg kon zitten. De man werd gekweld door verlangens die moeilijk met elkaar te verenigen waren, waarvan de meest essentiële de kern van zijn schrijverschap raakte, of preciezer: het ontbreken van een kern. Zwagerman betoonde zich al snel een navolger van een postmodern levensgevoel, waarin het bestaan van grote waarheden werd ontkend en waarin originaliteit een illusie was.
Het is de wereld van zijn succesvolste romans, maar Zwagerman wilde zelf veel méér zijn dan de verslaglegger van zijn tijd. Hij wilde wel degelijk origineel zijn, een origineel genie als het even kon. Helemaal aan het begin van zijn loopbaan schrijft Herman Verhaar, redacteur van het literaire tijdschrift Tirade: ,,U bent een gedreven schrijver, maar het ontbreekt u ten enenmale aan een onderwerp.” Die kritiek zal Zwagerman niet alleen een schrijversleven lang blijven achtervolgen, het heeft ook altijd gezorgd voor een onzekerheid die hij moeilijk kon bestrijden.
Hij zag het nut van het literaire trammelant dat de Maximalen ontketenden, maar zijn doel was uiteindelijk om bij de ‘groten’ te horen. Dus houdt hij na een aanminnig begin afstand van literaire geestverwanten als Ronald Giphart, schrijft Vlaar: ,,Hij wil door Mulisch, Brouwers en Van der Heijden als een groot schrijver worden gezien; hij wil bij de nieuwe ‘grote drie’ horen, en daarbij hoort dat hij de ‘minderen’ van zich afveegt als een koe de vliegen.”
Losgeslagen polemieken
Vlaar laat zien hoe Zwagerman steeds weer botste op dezelfde tegenstellingen. Hij wilde vol in het kunstenaarswereldje van Rob Scholte en de zijnen staan, maar hij wilde óók de analyserende observator zijn. Hij zocht naar grote romantische liefde, maar was doorlopend op zoek naar seks met andere vrouwen (en hield hier ook een administratie van bij). Hij wilde leven in de geest, maar hechtte veel aan bezit. Hij taalde naar stilte, maar zocht steeds weer de herrie op. Hij was een moralist, maar zo lichtgeraakt dat hij keer op keer verzeild raakte in losgeslagen polemieken. Hij verlangde naar grote vriendschappen, maar koos vaak voor zichzelf. Dat laatste stelt ook het geduld van zijn biografe regelmatig op de proef: ,,Ik, ikke wil de beste kunnen zijn”, schrijft ze dan.
Tekenend is een anekdote over de periode waarin hij voor het eerst vader werd. In de Hema zag hij Herman Brood – in alles rock ‘n’ roll – met zijn dochter op de schouders lopen. Verderop reed voormalig Doe maar-idool Henny Vrienten, als een zorgzame huisvader, op een fiets met kinderzitje. Zwagerman wilde vader worden, maar kon niet kiezen tussen de twee rolmodellen. Het werd een combinatie die ongelukkig uitpakte. Vlaar: ,,Dus blijft hij doen wat moeilijk te combineren is met het vaderschap: op tournee met zijn werk, in bed duiken met vrouwen met wie hij niet getrouwd is, drinken, drugs gebruiken, en: vaker zijn werk boven het belang van het gezin stellen dan dat gezin aankan.”

Zoom in

Zoom in
Pagina’s uit de ‘Zwagergids’, die Joost Zwagerman in zijn jeugd maakte.
Privéarchief Joost Zwagerman/Literatuurmuseum
Zwagerman was ‘geen man-uit-een-stuk’, schrijft zijn biograaf. Ze haalt het gedicht ‘Zeven Joosten’ aan om te illustreren hoeveel mannen er in die Zwagerman huisden, maar de grote tragiek van dit leven blijkt dat Zwagerman zelf geen moment heeft geweten wie hij was. Alle ambities zijn terug te voeren op de rollen die hij wilde spelen, op hoe hij gezien wilde worden. Hij voelde ook zelf, aldus Vlaar, ,,de spanning tussen zijn verlangen naar roem en zijn schaamte voor dat verlangen.” Schaamte is zonder meer het sleutelwoord in deze biografie – het speelde ook bij andere leden van het onderwijzersgezin waarin hij opgroeide (en waarin zowel zijn vader als zijn broer een zelfmoordpoging overleefden).
Uiteraard staat Zwaag vol met verhalen uit dat leven. Dat begint met de grote geldingsdrang van de jonge Joost, die onder druk van zijn veiligheidszoekende ouders nog even voor de klas stond, maar al snel naar Amsterdam trok op een missie op een groot en beroemd schrijver te worden, een ster. Hij dook vol in het leven van seks en drugs – de veel geuite veronderstelling dat Zwagerman de uitspattingen van een afstandje bezag, blijkt een mythe. Eenmaal liet hij zich verleiden tot het opnemen van een korte pornofilm, al was dat geen groot succes omdat hij door schaamte werd overvallen – wel werd hij terstond bevangen door een verliefdheid op de cameravrouw/regisseuse.
Goeddeels autobiografisch
Bij het verlangen naar veel bedpartners hoorde ook veelvuldig bezoek aan prostituees: het verhaal uit de roman Vals licht – over een jongeman die verliefd wordt op een sekswerker – blijkt goeddeels autobiografisch. Tamelijk ontluisterend in dit opzicht is een scène in Indonesië, waarin Zwagerman tijdens een literaire reis vrouwen zijn kamer binnensmokkelt en hen veel te weinig betaalt.
Voeg daarbij de gewoonte om vooral ’s nachts te werken (en boze brieven te schrijven) met grote hoeveelheden drank, drugs en medicijnen en je kunt voorzien dat Zwagerman het in de loop der jaren steeds moeilijker krijgt met zichzelf. Bovendien droogt de bron van zijn fictie op. In de jaren nul gaat hij zich profileren als opiniemaker. Hij belandt in een hard conflict met schrijver Anil Ramdas over racisme en is relatief mild over Geert Wilders. De dreiging van moslim-extremisme maakt hij van nabij mee. Hij is de presentator van Zomergasten wanneer Ayaan Hirsi Ali daar de korte film Submission vertoont – enkele maanden later wordt regisseur Theo van Gogh op straat doodgeschoten.
Hij gaat steeds meer schrijven over anderen: zijn favoriete Amerikaanse schrijvers, kunstenaars die hem bekoren. Dan blijkt hij ook een buitengewoon begenadigd televisie-verteller; eindelijk iets waarin hij universeel gewaardeerd wordt.

Privéarchief Joost Zwagerman/Literatuurmuseum
Zoom in
Intussen ligt er in zijn privéleven – waarin ook enige tijd een relatie met politica Femke Halsema speelt – van alles aan scherven. ,,Hij wil kalmte, een burgerlijk leven, genoeg centen op de bank, rust. Maar hij zoekt steeds weer drama, onrust, reuring en prangende gevoelens op. En altijd betrekt hij die negatieve gevoelens op zijn levensomstandigheden.” Uiteindelijk wordt zijn echtgenote Arielle Veerman verliefd op een andere man. Er volgt een monsterlijke vechtscheiding met vier rechtszaken, een recherchebureau dat nagaat of Zwagermans nieuwe partner Maaike Pereboom bij hem woont of niet.
Het gaat dan al een tijd niet goed met Zwagerman. Vanaf het 2011 wordt hij getroffen door een reeks depressies. In 2014 doet hij een poging zichzelf van het leven te beroven als hij verblijft in een inrichting in Limburg. Hij krijgt te maken met zelfdodingen in zijn omgeving, hij wordt gediagnostiseerd met een reumatische aandoening, terwijl zijn vriendin in verwachting blijkt. Vlaar vat samen: „Joosts depressie is een amalgaam, samengesteld uit zware medicatie, in combinatie met alcoholgebruik en een incidentele snuif cocaïne, de Bechterew-diagnose en hoe de ziekte zijn uiterlijk en zijn energiehuishouding zal veranderen, een obsessie met geld en schulden, de dood van Rogi Wieg en Nico Tromp, de vrees voor het leven met een nieuw kind, en de allesoverheersende schaamte over zichzelf.”
En het is inderdaad verdrietig, maar dat ellendige beeld krijg je niet meer van het netvlies, ook al omdat deze sterke biografie laat zien hoezeer dit einde paste bij het leven dat eraan voorafging: het verhaal van de zeven Joosten die niet in staat waren die éne echte Joost te vinden en in hem te geloven.

Joost Zwagerman, 2006.
Foto Vincent Mentzel
Zoom in
Geef cadeau
Deel
Mail de redactie
NIEUW: Geef dit artikel cadeau
Als NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Waarom je NRC kan vertrouwen