Het onderzoek leidde tot het monumentale boek ‘Graffiti aan het Spaarne’ en een  tijdelijke tentoonstelling in atelier 37PK. De basis is een indrukkende hoeveelheid foto’s, door de Haarlemse tieners geschoten. Van eigen muurschilderingen én het werk van anderen dat ze bewonderden.

Breakdance, hiphop en graffiti

Wat hielp is dat drie Haarlemmers zelf een actieve rol speelden in de scene. Een scene die zich naar Amerikaans evenbeeld vormde. In New York lag de bakermat van de graffiticultuur.

“Het begon hier met breakdance”, weet Rijnders nog. “Dat zag je dan op tv of in films. Maar de cultuur bleek breder. Niet veel later ontdekten we dat hiphop en graffiti er ook bij hoorden.”

In Schalkwijk was de straatcultuur het meest zichtbaar. “Niet zo gek ook”, vindt Rijnders, die daar zelf zijn roots heeft liggen. “Die wijk was net gebouwd, er woonden veel jonge mensen. Dan heeft zo’n nieuwe cultuur een grote aantrekkingskracht. En het was natuurlijk ook gewoon een vorm van vermaak.”

Tekst loopt door na de foto.