Ferrie is gids bij Amsterdam Underground Tours en vertelt tijdens zijn wandelingen over een periode waarin heroïne, dakloosheid en de angst voor AIDS het dagelijks leven bepaalden op en rond de Zeedijk. Hij was zelf jarenlang verslaafd en leefde af en aan op straat. De band met de buurt is voor hem dubbel: pijnlijk, maar ook onlosmakelijk verbonden met wie hij is geworden. Door zijn verhaal te blijven vertellen wil hij voorkomen dat deze geschiedenis wordt vergeten.
We beginnen op het dak van een pand aan de Prins Hendrikkade, dat Ferrie ooit kraakte tijdens de krakersrellen. Samen met huidige bewoner Charlotte kijkt hij terug op zijn krakerstijd en vertelt hij hoe een kleine groep krakers de politie te slim af was door via een zelf gegraven tunnel te ontsnappen.