Het lerarentekort op basisscholen is voor het tweede achtereenvolgende jaar afgenomen. Dat blijkt uit de jaarlijkse Trendrapportage Arbeidsmarkt Leraren die het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.
In Nederland werken 237.000 mensen als leraar in het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs, zij vervullen samen 178.000 voltijdsbanen (fte). Op basisscholen is nu een tekort van 5.800 fte, waar dat vorig jaar 7.700 was, en het jaar ervoor 9.800. Het huidige tekort vormt 6,3 procent van de werkgelegenheid voor leraren binnen het basisonderwijs, waar dat vorig jaar nog 8,1 procent was.
In het voortgezet onderwijs is het lerarentekort gedaald van 3.800 fte (5,1 procent) naar 2.200 (3,5 procent). Daar blijft het vooral moeilijk om vacatures te vervullen bij wiskunde, natuurkunde, scheikunde, informatica, Nederlands, Duits, Frans en Klassieke talen.
Klik op de knoppen om te schakelen tussen Basisonderwijs en Voorgezet onderwijs:
Ook het tekort aan schoolleiders is afgenomen, in het basisonderwijs van 850 fte naar 461 (6,2 procent) en in het voortgezet onderwijs van 200 fte naar 81 (2,5 procent).
Minder werkgelegenheid
Regionaal zijn er wel verschillen. Het lerarentekort is nog steeds het grootst in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Almere, de zogenoemde G5. Daar gaat het om 13,7 procent van de werkgelegenheid in het onderwijs.
Dat de tekorten teruglopen, heeft voor een deel te maken met het aflopen van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO), een regeling om leerachterstanden uit de coronaperiode weg te werken. De rijksoverheid trok daar de afgelopen jaren in totaal 8,5 miljard euro voor uit. Scholen kregen subsidie waarvan zij vaak extra leerkrachten inhuurden. Nu dat geld er niet meer is, is er ook minder werkgelegenheid in het onderwijs.
Hoewel de tekorten nu deels zijn ingelopen, waarschuwt het ministerie dat ze over een paar jaar weer flink zullen oplopen, onder andere doordat meer leraren met pensioen gaan en het aantal leerlingen toeneemt. Ook de stand van de economie heeft hier invloed op.
Studenten voor de klas
De personeelstekorten in het onderwijs worden voor een deel opgevangen door mensen die al de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt maar die toch nog doorwerken. Voor het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs ging het in 2024 om bijna 1.000 fte, vervuld door 2.600 mensen. Ongeveer 1.600 van deze mensen werken als leraar.
Wat ook helpt, is dat de instroom in de pabo de afgelopen tien jaar is gestegen. In 2024 stroomden er bijna 8.000 nieuwe studenten in, tegen 5.100 in 2015. Studenten van de lerarenopleidingen werken tijdens hun opleiding steeds vaker al in het onderwijs, niet als stage maar als baan. In 2024 werkten zo’n 7.100 studenten van de pabo (ruim een kwart van alle pabo-studenten) in het primair onderwijs. Het grootste deel had een aanstelling als onderwijsondersteuner.
In het voortgezet onderwijs werkten 5.300 studenten van de tweedegraads lerarenopleiding (bijna een derde van het totaal aantal studenten). Zij hebben in de meeste gevallen een aanstelling als leraar.
Lees ook
Elf dagen kennismaken met het leraarschap: ‘Ja, ik wil het onderwijs in, dat heb ik wel besloten’

Geef cadeau
Deel
Mail de redactie
De journalistieke principes van NRC