“Je merkt wel dat er veel harder geknokt moet worden en dat de vijver kleiner is. Daar zitten we met een hele hoop clubs met een hengeltje in”, zo legt Louwers de huidige situatie uit. Die concurrentie vindt hij dan ook erg jammer. “Je zit elkaar in het vaarwater.” Daardoor is er steeds minder ruimte om te experimenteren met concepten, iets wat het Amsterdamse nachtleven juist zo bijzonder maakt volgens hem.
Fransen is juist van mening dat dit soort ontwikkelingen wel bij het Amsterdamse nachtleven hoort. “Toen ik jong was, was er een hype op hitjes en hiphop. Toen stonden al die clubs in het centrum helemaal vol. Zelfs op dinsdagen en woensdagen. Het is pittig doordat het nu niet zo is, maar je moet gewoon blijven doorontwikkelen en dingen bedenken om je club weer vol te krijgen. Dat is alleen niet altijd makkelijk.”
Geen steungevoel vanuit gemeente
Een ander punt dat meerdere ondernemers aanhalen als een reden voor de zorgen, zijn de gemeentelijke regels en subsidies. “De gemeente zorgt voor steeds meer regels, terwijl de hele sector eigenlijk nog altijd aan het herstellen is van covid”, zegt een van de ondernemers. “Er ontstaan scheve situaties door clubs in de buitengebieden van de stad vanwege ruimere vergunningen, subsidies en lagere huren.”
Daarom geeft 67 procent aan dat zij voor hun gevoel niet genoeg steun krijgen van de gemeente en is voor meer dan de helft het gemeentelijk beleid juist belemmerend. Louwers is het daarmee eens. “Ik heb het idee dat het centrum een beetje overgeslagen wordt. Dat er onderschat wordt wat het nachtleven betekent voor de stad.”