Harry Gielen | Flickr2024: Jan Timman tegenover Erwin l’Ami op het NK

NOS Sport•vandaag, 06:06

  • Rens Went

    redacteur NOS Sport

  • Rens Went

    redacteur NOS Sport

Een mensenleven lang zat Jan Timman met zijn vingers aan antieke schaakstukken. Krijg je geen genoeg van, dat gevoel. Toch stopte de 74-jarige grootmeester dit jaar. In stilte. De geest en het lijf stribbelen tegen.

Zes uur volledig opgaan in een partij put te veel uit. “Langdurige concentratie neemt af naarmate je ouder wordt. Het fysieke spel is te zwaar geworden.”

Erg is dat niet en van Timman hoeft zijn schaakpensioen ook niet groot in de krant. Hoewel hij, inclusief verrassende rentree vorig jaar op het NK, bijzonder lang heeft doorgeschaakt. “Veel van mijn leeftijdsgenoten zijn al jaren geleden gestopt.”

Timman hoorde bij de generatie van Anatoli Karpov, maar trof ook oudere en jongere Russen als Boris Spasski en Garri Kasparov. Tussen die wereldberoemde Sovjet-schakers was de Nederlander in de jaren zeventig en tachtig ‘The best of the West’, zelfs even de nummer twee ter wereld.

ANP1993: Timman in de derde partij van de wereldtitelstrijd tegen Karpov

Fysiek is het lastig, maar met het geheugen is op 74-jarige leeftijd niets mis. Timman speelt zijn beste overwinning nog zo voor je na. Zet voor zet. Uit 1982 tegen Karpov, van wie Timman in 1993 de strijd om de wereldtitel verloor.

“Wat je nalaat, zijn de partijen die je gespeeld hebt. Als ik denk aan Botvinnik of Capablanca, dan denk ik aan de partijen die zij speelden, dat is hun nalatenschap. Daarmee laat je een karakter van jezelf achter in de sport.”

Eindspel

Timmans schaakkarakter ligt in het eindspel, de laatste fase van een partij waarin het kleinste foutje fataal is. Prijswinnende boeken schreef hij over zijn fascinatie. In zijn recente 100 eindspelstudies die je moet kennen diept Timman de kunst op een bijna “wetenschappelijke” manier uit.

Het spelen van lange, klassieke partijen lukt niet meer, het schrijven over schaken zeker wel. Timman publiceert nog acht keer per jaar “een uitvoerig artikel” in het toonaangevende schaakblad New In Chess.

“Momenteel schrijf ik een boek over mijn jeugdjaren.” Ook over zijn kindertijd in Delft, waar hij opgroeide met twee wiskundige ouders. Hij zoekt nog een uitgever. “Mijn vader wilde dat ik ook wiskundige werd. Maar op zulk universitair leven was ik niet zo gesteld, omdat ik dan vroeg op moest. Een schaakleven was veel vrijer.”

Hangend boven het toetsenbord komen oude schaakherinneringen nog weleens terug. Soms verbaast hij zich over de huidige schaakwereld. Maar hij houdt alles “in alle rust” intensief bij.

Behalve die korte, online partijtjes. Die boeien Timman niet. Hij speelt ze niet, hij volgt ze niet. Nooit gedaan ook. “Men moet snel spelen en dan is het niveau niet zo hoog.”

Schaakcomputers

Toch is de computer, als informatiebron en vanwege de opkomst van online schaken, onmisbaar geworden voor het spel. En dat had gevolgen. “Schakers worden alsmaar jonger omdat ze met de computer kunnen omgaan.”

“Toen ik een jaar of twaalf was, kon ik niet zo snel beter worden als de jonge generatie van nu, die door de computer heel snel vorderingen maakt.”

Het spel verandert erdoor, ziet Timman, die zich door de moderne maatschappij beweegt zonder eigen mobiele telefoon. Hij merkt: de schaakcomputer bepaalt veel.

De levendigheid van toernooien is een beetje verdwenen.

Jan Timman

Timman: “Vroeger volgde ik wat de grote schakers over hun eigen partijen schreven. Dat vond ik het interessantste lesmateriaal. Tegenwoordig denk ik dat de jongste generatie er toch anders over denkt. Die volgt toch vooral wat de computer vindt. Dat is een soort kentering in het schaken geweest.”

Een vleugje romantiek is uit het schaken verdwenen, stelt Timman. “Het is nu een heel ander soort bezigheid. Vroeger waren er veel bohemiens. Tegenwoordig zijn het degelijke mensen die goed met de computer overweg kunnen. De levendigheid van toernooien is een beetje verdwenen.”

De digitalisering bracht het schaken een miljardenpubliek, maar ook grimmigheden. Vals spel online is een serieuze bedreiging voor de sport, merkt Timman op. Beschuldigingen zijn snel gemaakt en lastig te bewijzen. Bij fysieke toernooien is de dreiging minder groot.

Getty1978: Jan Timman op het Hoogovens-toernooi in Wijk aan Zee

De levendigheid waar Timman over spreekt, vond hij in zijn tijd vooral bij enkele Sovjet-schakers. Toen zij met de astronauten, balletdansers en acteurs tot de intellectuele elite van het land behoorden. “Goede manier van denken en spreken, hadden ze. Groot gevoel voor humor ook. Geen lid van de Communistische Partij. De iets meer vrijgevochten geesten.”

Met de begin 2025 overleden Spasski ontstond een ware vriendschap. Ook met rivaal Karpov was de band sterk.

“De laatste keer dat ik Karpov uitvoerig sprak was in Moermansk, in 2016. Speelden we een korte match. We hadden het over van alles, niet zozeer schaken. Wel over de politieke problemen van de wereld, toen was Oekraïne natuurlijk ook al zorgwekkend.”

Tussen de Russen bouwde Timman in 56 jaar vanaf zijn zeventiende een onberispelijke reputatie op in de wereldtop. In eigen land komt eerst nog wereldkampioen Max Euwe. Dan gauw Timman.

Giri’s kansen

En waar staat Anish Giri dan, de Nederlander die komend voorjaar schaakt voor een plek in de wereldtitelstrijd?

Als Giri net zo speelt als afgelopen jaar ziet Timman kansen voor hem op dat kandidatentoernooi. Veel hooggerankte schakers ontbreken. Sterker nog: een tweede Nederlandse wereldkampioen is niet uitgesloten, gelooft Timman. Moet Giri wel dat niveau vasthouden.

“Giri weet heel goed hoe hij strategisch moet profiteren als zijn tegenstander zwakke pionnen of zwakke velden heeft. Dat is inzicht en patroonherkenning. In het eindspel is hij ook heel sterk.”

ANP1988: Timman, Karpov en Kasparov in Amsterdam, op dat moment de nummers drie, twee en één van de wereld

Wie weet komen Timmans eindspelstudies nog van pas. De boeken verkopen overigens nog prima. “De digitale ontwikkelingen hebben er niet toe geleid dat schaakboeken, net als geschreven literatuur, overbodig zijn geworden. Op internet is veel te vinden over schaken, maar die boeken blijven de moeite waard.”

De laatste resten tastbare romantiek van boeken en schaakstukken zullen sowieso niet snel vergaan. Het huis van Timman tover je namelijk zo om tot een schaakmuseum.

“Ik heb een hele collectie schaakspellen thuis. Een stuk of dertig. Ook heel oude. In veel verschillende stijlen. Uit de negentiende eeuw. In vitrines.”

Vroeg Victoriaans en Chinees zijn ze. Met rode en witte soms zeer gedetailleerde torens en paarden. Van hout, been en ivoor. “Schaakboeken vormen een aparte collectie. Ongeveer 2.500 zijn het er. Ze staan allemaal op zolder.”