De aankondiging dat Eindhoven een dependance van het Rijksmuseum krijgt, is begrijpelijk enthousiast ontvangen. Het Rijksmuseum is een instituut van wereldklasse en het idee dat ‘het Rijks’ ook buiten Amsterdam zichtbaar wordt, voelt voor velen als erkenning.

Koert van Mensvoort is directeur van het Next Nature Museum in Eindhoven.

Toch wringt er iets. Niet omdat erfgoed er niet toe doet, maar omdat deze stap vragen oproept over culturele ambitie en autonomie. Wat zegt het over een stad als Eindhoven wanneer zijn culturele zwaartepunt een filiaal is van een instelling uit de hoofdstad?

Eindhoven is geen culturele achterhoede die moet worden aangesloten op het nationale netwerk. Het is een stad die internationaal vooroploopt in technologie, design en maakcultuur. Hier worden geen trends gevolgd, maar gemaakt. Juist daarom voelt een Rijksmuseum-dependance ambivalent: verrijkend, maar ook afleidend. Het maakt geen ruimte voor nieuwe culturele betekenis, maar versterkt juist een bestaande canon.

Die spanning wordt groter wanneer regionale economische kracht wordt ingezet om hoofdstedelijke cultuurmerken te versterken. Dat bedrijven uit Brainport, het cluster van hightechbedrijven en kennisinstellingen rond Eindhoven, investeren in cultuur is toe te juichen. Maar het is zaak om scherp te blijven: bouwen we daarmee aan een cultureel ecosysteem dat hier wortelt, of wordt waarde weggetrokken richting een centrum dat cultureel toch al dominant is?

In de geschiedenis zagen we vaker dat machtige centra zich cultureel spiegelden aan oudere grootmachten. Dat is menselijk. Maar Eindhoven bevindt zich in een andere positie. Het hoeft niet te kopiëren; het kan creëren. Het heeft de omvang, het talent en de internationale blik om zelf cultureel richting te geven.

Zelfrespect

Dat werd onlangs zichtbaar toen het Nationaal Museumcongres in Eindhoven plaatsvond. Zo’n congres komt niet naar een stad vanwege zijn filialen, maar vanwege zijn visie. Het kwam omdat Eindhoven iets eigens te bieden heeft: een vooruitkijkende benadering van wat musea kunnen zijn in de eenentwintigste eeuw.

Een vergelijking met sport helpt dit te begrijpen. Eindhoven heeft met PSV een club die op eigen kracht landskampioen kan worden. Het zou vreemd zijn om in zo’n stad ruimte te maken voor een oefenveld van Ajax, hoe groot die club ook is. Niet uit rivaliteit, maar uit zelfrespect. Sterke steden bouwen hun eigen iconen.

Dat geldt ook voor cultuur. Naast musea die het verleden bewaren, zijn plekken nodig waar toekomstig erfgoed ontstaat. Waar makers, ontwerpers en denkers experimenteren met nieuwe vormen en technologieën, en met nieuwe ideeën over mens, natuur en cultuur in een tijd van kunstmatige intelligentie en klimaatverandering.

Daar ligt de kans voor Eindhoven. Elders zie je de oude meesters. Hier kunnen we de nieuwe meesters laten zien.

Niet als tegenstelling, maar als aanvulling. Niet tegen het Rijksmuseum, maar vóór een culturele koers die past bij wie we zijn. Eindhoven hoeft zijn culturele volwassenheid niet te bewijzen door het verleden te importeren; het kan zelf richting geven aan wat cultuur morgen betekent.

Lees ook

Na Tate, Guggenheim en Louvre krijgt ook het Rijks een dependance: in Eindhoven

De fietstunnel onder het Rijksmuseum in Amsterdam.

Geef cadeau

Deel

Mail de redactie

De journalistieke principes van NRC