Nog geen concrete plannen
Samen met de GGD zijn de tien Groningse gemeenten aan het onderzoeken hoe ze samen regionale beleidsplannen kunnen maken. In een gezamenlijke reactie laten de gemeenten weten dat het doel is om in de loop van 2026 specifiek beleid te kunnen presenteren. ‘Omdat alle gemeenten dit een belangrijk thema vinden, verkennen we op dit moment hoe we gezamenlijk invulling kunnen geven aan suïcidepreventiebeleid. We onderzoeken hoe we als gemeenten samen sterker staan.’

Daarmee lopen ze volgens Sanne Leenen van 113 Zelfmoordpreventie niet voorop, maar verschillen ze ook niet veel van andere gemeenten. Op dit moment heeft nog maar zo’n twintig procent van de gemeenten beleid om suïcides tegen te gaan.

Volgens Leenen is dat wel te begrijpen. De wet gaat per 1 januari 2026 in, pas dan komen ook de financiële middelen ter beschikking. Dat is tien miljoen euro voor alle gemeenten samen, vanuit het Gemeentefonds.

Gemeenten spelen een sleutelrol
In 2024 overleden in Nederland 1.849 mensen door zelfdoding. Gemiddeld zijn dat vijf zelfdodingen per dag. Onder jongvolwassenen tot dertig jaar is suïcide zelfs doodsoorzaak nummer 1. Dagelijks ondernemen zo’n honderd mensen een suïcidepoging, gemiddeld belanden er daardoor veertig mensen per dag op de spoedeisende hulp.

Dat het aantal zelfdodingen in Groningen hoger ligt dan het landelijk gemiddelde, is deels te verklaren door de samenstelling van de bevolking. Onder studenten, maar ook bijvoorbeeld agrariërs, komt suïcide relatief vaak voor.

113 Zelfmoordpreventie gelooft dat deze cijfers omlaag kunnen, maar daar is volgens de organisatie sterk beleid voor nodig. Het wettelijk opnemen van suïcidepreventie in het gezondheidsbeleid is daarin een belangrijke stap. Gemeenten spelen daarin volgens Leenen een sleutelrol. ‘Zestig procent van de mensen met suïcidale gedachten is niet in beeld van de zorg, maar misschien wel bij andere partners van de gemeente zoals de huisarts, welzijnsloketten of de sportvereniging.’

Wat kunnen gemeenten doen?
Gemeenten mogen zelf invulling geven aan het preventiebeleid. Om te voorkomen dat iedere gemeente zelf het wiel uit moet vinden heeft 113 een preventieplan bestaande uit vijf stappen gemaakt waarmee ze aan de slag kunnen.

Te beginnen met simpelweg het beperken van de mogelijkheden. Zijn er bijvoorbeeld gebouwen of spoortrajecten die gevaar opleveren? Daar kan heel concreet actie op worden ondernomen.

Vervolgens zijn publiekscampagnes belangrijk. Daarmee kan je volgens Leenen het bewustzijn vergroten en het taboe rondom het praten over zelfdoding doorbreken. ‘Mensen met suïcidale gedachten praten daar juist vaak niet over en zoeken geen hulp. We moeten erover durven en leren praten.’

De derde stap is het trainen van ‘gatekeepers’. Dat zijn sleutelfiguren in het netwerk die leren signalen te herkennen en door te vragen. Hoe ga je het gesprek aan, en wat kun je vervolgens doen? Zoals een huisarts, schuldhulpverlener of docent. De helft van de mensen die suïcide pleegt heeft bijvoorbeeld in de laatste maand de huisarts nog gezien. En mensen met schulden hebben twee keer zo vaak suïcidale gedachten als mensen zonder schulden. 

De vierde stap richt zich op het signaleren en benaderen van risicogroepen, zoals studenten of mensen in de agrarische sector. Daarbij kun je bijvoorbeeld denken aan aangepaste trainingen voor mensen die bij de boer op het erf komen. Deze ‘erfbetreders’ zoals een dierenarts of agrarisch adviseur komen regelmatig langs op de boerderij, waardoor ze het mogelijk eerder zien als het niet goed gaat. 

Tot slot is volgens 113 samenwerking in het hele netwerk belangrijk. De huisarts, familie en vrienden, schuldhulpverlening, de buurtagent, de kerk, sociale wijkteams, school: het zijn allemaal organisaties die om de persoon heen staan en het verschil kunnen maken. Doordat formele en informele hulpverleners samen afspraken maken, kan een vangnet worden gevormd. 

Lees ook:
Alfred zag het niet meer zitten door de aardbevingstress: ‘In je eentje ben je maar alleen, er is hulp’
‘We staan stil bij het belang van het leven’
‘Door echt naar iemand te luisteren, kun je een lichtpuntje zijn’