{"id":13274,"date":"2025-10-04T09:43:11","date_gmt":"2025-10-04T09:43:11","guid":{"rendered":"https:\/\/www.europesays.com\/nl\/13274\/"},"modified":"2025-10-04T09:43:11","modified_gmt":"2025-10-04T09:43:11","slug":"met-deze-techniek-kunnen-we-het-dichtstbijzijnde-zonnestelsel-misschien-al-binnen-25-jaar-bereiken","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.europesays.com\/nl\/13274\/","title":{"rendered":"Met deze techniek kunnen we het dichtstbijzijnde zonnestelsel misschien al binnen 25 jaar bereiken"},"content":{"rendered":"<p class=\"intro\">Vergeet gigantische ruimteschepen. Wetenschappers willen duizenden minuscule sondes naar onze dichtstbijzijnde buurster schieten. Die moeten worden aangedreven door een krachtige laser vanaf de aarde. De missie zou in 25 jaar close-up-foto&#8217;s kunnen maken van planeten buiten ons zonnestelsel.<\/p>\n<p>De dichtstbijzijnde ster naast de zon is Proxima Centauri, die zich op 4,2 lichtjaar van ons bevindt. Zelfs met onze snelste huidige ruimtesondes zou een reis ernaartoe tienduizenden jaren duren. Maar wat als we kleiner denken?<\/p>\n<p>Dat is wat onderzoekers bij de start-up <a target=\"_blank\" href=\"https:\/\/www.space-initiatives.com\/\" rel=\"nofollow noopener\">Space Initiatives<\/a> doen. Zij zijn van plan om honderden of zelfs duizenden piepkleine sondes de ruimte in te sturen. Elk van deze sondes zou een paar gram wegen en heeft geen eigen motor aan boord. In de plaats worden ze vooruit geduwd door een gigantische laser op aarde.<\/p>\n<p>Hoe werkt dat?<\/p>\n<p>Elke sonde is een schijf met een doorsnede van vier meter. De sondes worden gemaakt van ultralichte materialen en zijn slechts enkele micrometers dik, dunner dan een mensenhaar. Aan de ene kant zitten optische sensoren en zenders, aan de andere kant (de achterkant) een spiegelend oppervlak waar de laser tegenaan duwt.<\/p>\n<p>Het idee is om de komende jaren continu sondes te lanceren. Met de laser worden ze gradueel versneld tot een maximale snelheid van zo\u2019n vijfde die van het licht, omgerekend ongeveer 60.000 kilometer per seconde. De eerste versies zullen trager zijn. Dat hoort bij het plan. De latere sondes zullen de eerdere inhalen om samen bij Proxima Centauri <a target=\"_blank\" href=\"https:\/\/arxiv.org\/abs\/2309.07061\" rel=\"nofollow noopener\">aan te komen<\/a>.\u00a0<\/p>\n<p>Reis van 25 jaar<\/p>\n<p>Het zal aan deze snelheid zo\u2019n 25 jaar duren om het systeem te bereiken. Bij aankomst is het de bedoeling dat ze Proxima Centauri b bezoeken. Dat is een exoplaneet, een planeet buiten ons zonnestelsel dus, die in de bewoonbare zone van de ster ligt. Hier gebeurt de ware magie: alle sondes in de zwerm gebruiken hun sensoren om informatie te verzamelen en sturen die gelijktijdig naar de aarde.\u00a0<\/p>\n<p>Volgens de onderzoekers, die met de webiste <a target=\"_blank\" href=\"https:\/\/spectrum.ieee.org\/high-speed-interstellar-travel\" rel=\"nofollow noopener\">IEEE Spectrum<\/a> spraken, kunnen we zo gigapixel-beelden maken van de planeet. Als je zo\u2019n beelden van de aarde zou maken, zou je infrastructuur zoals vliegvelden kunnen waarnemen. Het zou 4,2 jaar duren om deze informatie terug te sturen.\u00a0<\/p>\n<p>Het grote probleem is nu om de sondes effectief te maken en de ruimte in te schieten. Space Initiatives werkte vorig jaar samen met ruimteagentschap NASA voor een eerste studie. Het concept haalde de tweede fase niet, maar wil het volgend jaar opnieuw proberen.\u00a0<\/p>\n<p style=\"text-align:left\">Lees meer\u00a0<a target=\"_self\" href=\"https:\/\/www.bright.nl\/onderwerpen\/wetenschap\" rel=\"nofollow noopener\">over wetenschap<\/a>\u00a0en mis niets met\u00a0<a target=\"_self\" href=\"https:\/\/www.bright.nl\/pagina\/app\" rel=\"nofollow noopener\">de Bright-app<\/a>.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"Vergeet gigantische ruimteschepen. Wetenschappers willen duizenden minuscule sondes naar onze dichtstbijzijnde buurster schieten. Die moeten worden aangedreven door&hellip;\n","protected":false},"author":2,"featured_media":13275,"comment_status":"","ping_status":"","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[19],"tags":[48,46,47,49,45,50,83,85,86,90,84,89,87,88],"class_list":{"0":"post-13274","1":"post","2":"type-post","3":"status-publish","4":"format-standard","5":"has-post-thumbnail","7":"category-wetenschap-en-technologie","8":"tag-dutch","9":"tag-nederland","10":"tag-nederlanden","11":"tag-nederlands","12":"tag-netherlands","13":"tag-nl","14":"tag-science","15":"tag-science-and-technology","16":"tag-scienceandtechnology","17":"tag-technologie","18":"tag-technology","19":"tag-wetenschap","20":"tag-wetenschap-en-technologie","21":"tag-wetenschaptechnologie"},"share_on_mastodon":{"url":"","error":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.europesays.com\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/13274","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.europesays.com\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.europesays.com\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.europesays.com\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.europesays.com\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=13274"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.europesays.com\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/13274\/revisions"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.europesays.com\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/media\/13275"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.europesays.com\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=13274"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.europesays.com\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=13274"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.europesays.com\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=13274"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}