“Geen idee of je nog brood eet”, polste een vriendin laatst, gevolgd door de naam van een lunchtent. Zeker eet ik nog brood. Ik eet alles nog. Ook met diabetes type 2, ook met mijn medicatie. Voedingsgroepen verbieden is namelijk zinloos, en ook niet zo slim. 

Al is het maar omdat je alles wat niet mag ergens in een hoekje van je hoofd in de spotlight gezet wordt, net zo lang tot je discipline even een tukje doet en die roze olifant uitbreekt. Dikke kans dat je dan vanuit opgespaarde frustratie veel meer eet en drinkt dan je wilt. 

Geen ingewikkeld ontbijt

Sowieso vind ik brood veel te fijn om uit te faseren. Iedere ochtend een volkoren boterham met hagelslag, daar gaat mijn systeem heel lekker op. En mijn ADHD ook. In het weekend mag het wel granola en fruit zijn, voor de pret en de variatie, maar doordeweeks geeft een ingewikkeld ontbijt mij alleen maar ruis. 

Hanneke stelde de gang naar de arts vaak uit: 'Als vrouw sta je al achter, als dikke vrouw helemaal'

Lees ook Hanneke stelde de gang naar de arts vaak uit: ‘Als vrouw sta je al achter, als dikke vrouw helemaal’

Lang heb ik gedacht dat ik moest lunchen met salades en ontbijten met overnight oats, zoals veel slanke en populaire vrouwen doen. Doen wat zij doen, zodat ik kon zijn zoals zij zijn. Slecht idee natuurlijk, want ik ben helemaal niet van het goochelen met ingrediënten. Overal creatief, behalve in de keuken. 

Eten is voor mij een noodzakelijk kwaad, dus ik heb het graag zo overzichtelijk mogelijk. Klinkt best uitzonderlijk, voor iemand met obesitas. Nee, inmiddels weet ik wel dat een maaltijd ook bij me moet passen. Het mag leuk zijn en lekker, en in mijn geval ook zo makkelijk mogelijk. 

Ik haat snijden en zit niet graag gevangen in mijn kliekjes, dus ben zo iemand die geld verspilt aan voorgesneden groenten en verspakketten. Alleen: het is dus geen verspillen als ik mijn eigen doel van eetgemak ermee haal. Ha!

Lange lijst met verboden voedingsmiddelen

Eten moet geen opdracht zijn, maar een samenwerking. Voedend genoeg om me vooruit te brengen, en lekker genoeg om het leuk te houden. Het duurde wel even voordat ik dat zelf snapte, want ongemerkt bleek ik vol eetregels te zitten. 

In de eetkliniek waar ik een paar jaar geleden was, moest ik ze allemaal opschrijven en voordat ik het wist had ik een A4 volgekalkt. Zo mocht ik maximaal twee boterhammen van mezelf, moest de groente altijd rechts op mijn bord liggen en rijst links, en voelde ik controle als ik een of twee hapjes liet staan. 

De lijst met verboden voedingsmiddelen was lang, van hagelslag tot croissantjes, en daarmee bezorgde ik mezelf iedere dag wel een faalervaring. 

“Het onvoorstelbare was gelukt: ik had zonder eetbuien een boek geschreven.”

En dan heb ik het nog niet eens over snacks, want die jongens zijn een categorie apart. Verboden in ieders ogen toen ik nog dik was: mensen keken daadwerkelijk in mijn winkelmandje of naar mijn bestelling op het terras, en automatisch afgeschreven nu ik ben afgevallen. Nieuwsflash jongens: ik eet nog steeds bitterballen en friet en een stroopwafel als ik daar trek in heb.

Relatie met snacks

Al is mijn relatie met snacks wel veranderd. Waar ze eerst een sussende uitwerking hadden, lijken ze nu naar me te schreeuwen. Schreeuwen, zodat ik, de doordenderende overdenker, wel móét luisteren. 

Op de boekpresentatie van Lekker Laten Gaan stond ik te snotteren voor al m’n vrienden, omdat het onvoorstelbare was gelukt: ik had zonder eetbuien een boek geschreven. Zonder opgestapelde koekjes, zonder suikerwaas kon ik ook produceren. Dat had me 20 jaar lang onmogelijk geleken. 

© Judith Anna Pronk Hanneke: "Gedachteloos eten bleek in werkelijkheid het reguleren van mijn onrust of overprikkeling." Hanneke: “Gedachteloos eten bleek in werkelijkheid het reguleren van mijn onrust of overprikkeling.”

In mijn schrijvende leven had ik bijzondere secundaire voorwaarden voor mezelf geschapen, waar ik het liefst niet zonder wilde. Wilde ja, want ik maakte mezelf wijs dat het niet zonder kón, maar dat was natuurlijk de knappe leugen die iedere verslaafde zichzelf vertelt. 

Een kijkje in mijn zelfgebakken overlevingsovereenkomst:

Lange vingers = schrijven terwijl ik nog zoekend ben. Een vleugje inspiratie is er al, maar het is ook nog met freewheelen. Café Noir = Het artikel/ de column/ het hoofdstuk wordt leuk, maar moet nog wel af. Bananenschuimpjes (en dan die gladde, niet die met suiker en wit aan de binnenkant) = hèhè, ik ben eindelijk weer even alleen. Gele en oranje winegums = ik verveel me, ik wil een dopamineshot. De groene en rode vind ik stom, dus die gooi ik weg of geef ik aan mijn kinderen. Dropjes = hup, hup, ik ben zo sloom en ik wil door. Spekjes = ik ben moe of verdrietig en ik wil zachtheid. Tumtum = waarom zo serieus, ik wil een shotje speelsheid. Chocolade = ik heb zin in leuks M&M’s = uitrusten! Lolly = ik wil stoppen met dooreten, maar nog wel zoetigheid. Food is my fidget, ik word rustig van iets in mijn mond. Chips = DIT TERINGSTUK MOET NU AF EN IEDEREEN VINDT MIJ STOM. Pepermunt = ik heb al te veel gegraasd en wil nu even een schoon gevoel vanbinnen.

Ik schoof dat lekkers naar binnen terwijl ik iets anders deed. Geen verveling, maar coping. Gedachteloos eten bleek in werkelijkheid het reguleren van mijn onrust of overprikkeling. Faalangst, dopamineshotjes scoren, graaien om te friemelen: food bleek mijn fidget en dé manier waarmee ik met mijn ADHD probeerde te dealen. 

Pas toen ik ging kijken naar hoe ik me voelde tijdens het snacken, dat in de eetkliniek ‘grazen’ genoemd werd, viel me op dat die stapel zoete zooi wel degelijk een functie had.

Koolhydraatarm eten niet nodig bij diabetes type 2, schijf van vijf is genoeg

Lees ook Koolhydraatarm eten niet nodig bij diabetes type 2, schijf van vijf is genoeg

Die gedachten zijn er nu nog steeds, en het verlangen ook. Hoeveel therapie ik ook heb gevolgd en hoeveel kennis ik ook heb vergaard. Hoezeer ik ook geschrokken ben van de diagnose diabetes en hoeveel prikken ik bijna een jaar verder ook heb gezet. 

En het mooie is: dat geeft niet. Die verlangens zijn menselijk en gelukkig spreek ik inmiddels de taal van mijn snoepkast. Zodra de dropjes me roepen, weet ik dat ik een boost nodig heb. Dat kan ik net zo goed uit een rondje buiten halen, of uit een nieuw liedje op repeat. En als ik me ‘s ochtends al verheug op M&M’s, dan weet ik dat ik behoefte heb aan rust, en check ik of ik die ruimte daadwerkelijk maak. 

Geen verboden vruchten

I can talk snacks now. Blijkbaar is dit mijn communicatiesysteem, al leer ik inmiddels steeds beter luisteren naar mijn lijf. Dus nee, snacks hoeven niet in het bakje ‘verboden vruchten’, want voor wie goed oplet zijn ze een waardevolle informatiebron. Of gewoon een moment van knusse gezelligheid, wanneer ik op vrijdagavond met mijn verkering op de bank zit. 

Ik mag alles, maar ik hoef niet alles, en dat geeft meer rust dan het hele chocoladeschap bij elkaar.

Hanneke Mijnster (1980) schrijft over zaken die het leven mooi en moeilijk maken, en doet dat al tien jaar voor RTL Nieuws. Elke week schrijft ze de Liefdesles en nu ook de serie OverEten. Van haar hand verschenen ook de boeken ‘Hé, is dit ook ADHD?’ en ‘Longeneeslijk’ dat ze samen met Eva Hermans-Kroot schreef. Haar nieuwste boek ‘Lekker laten gaan’ ligt sinds november in de schappen. 

Klik hier voor meer Lifestyle